Voor de Makers met lef - Breien & haken

Zin in een brei-uitdaging? Deze trui met vrouwelijke halsuitsnijding is iets voor jou!

Download de werkomschrijving: 
PDF icon 49635_NL.pdf
Deel dit op: 

Hoe maak je het?

Stap 1
dit heb je nodig
  • Schachenmayr Soft Mix, bolletje van 25 g
  • ca. 25 g = 113 m
  • kl 00090 (mittelgrau) 9, 10, 11, 12, 12 bolletjes
  • De etiketten controleren, alleen bolletjes van dezelfde kleurpartij gebruiken (de kleurnamen staan op het etiket). De hoeveelheid garen kan van persoon tot persoon verschillen.
  • 1 rondbreinld 3,0 mm, 40 cm en 80 cm lang
  • 1 rondbreinld 4,0 mm, 40 cm en 80 cm lang
  • 1 setje breinld zonder knop 4,0 mm
  • 1 setje breinld zonder knop 3,0 mm
  • 2 stekenhouders
  • 4 markeerringen (= MM)
  • 1 borduurnaald
Stap 2
proeflapje
  • Tricotsteek met nld 4,0 mm
  • 22 s en 35 t = 10 x 10 cm
Stap 3
basistechnieken
  • Boordpatroon
  • Aantal s deelbaar door 5.
  • In toeren: 3 s recht, 2 s av afwisselend breien.
  • Tricotsteek
  • In toeren: alle s recht breien.
  • Meerderingen
  • 1 s naar links meerderen: het dwarsdraadje tussen 2 s van voren op de linkernld leggen en recht gedraaid breien.
  • 1 s naar rechts meerderen: het dwarsdraadje tussen 2 s van achteren op de linkernld leggen en recht gedraaid breien. 
  • Patroon in het voorpand
  • Over 32 s volgens breischema breien. 
  • De 1e tot 48e t 1x breien.
Stap 4
zo maak je het
  • De gegevens voor alle maten staan van klein naar groot in verschillende kleuren achter elkaar, gescheiden door streepjes. Als er slechts 1 getal staat, dan geldt dit voor alle maten. 

 

  • TIP: de trui wordt van boven naar onderen aan één stuk in toeren zonder naden gebreid, het bovenste deel vormt de raglanpas en de mouwen, daarna worden het voor- en achterpand in toeren gebreid; tot slot de mouwen in toeren breien. 

 

  • Raglanpas 
  • Met de korte rondbreinld 3,0 mm 110/110/120/130/130 s opzetten en in het rond sluiten. Met een markeerring (= MM) het begin van de toer aangeven. In boordpatroon breien, daarbij met 1 s av, 3 s recht beginnen, dan 2 s av, 3 s recht afwisselend breien en met 1 s av eindigen. In totaal 9 t (= ca 2,5 cm) in boordpatroon breien. Dan de s voor de raglanpas indelen, bij de markeerring aan het begin van de toer beginnen: 40 s van het achterpand, rechter mouw 15/15/20/25/25 s, 40 s voor het voorpand, linker mouw 15/15/20/25/25 s, daartussen steeds nog een MM plaatsen; deze zit nu steeds tussen 2 av s = lijn met meerderingen. 
  • TIP: bij het voorpand op de indeling van de steken letten, midden = 2 s av. Met de korte rondbreinld 4,0 mm tussen de lijnen voor de meerderingen in tricotsteek breien; in het voorpand het patroon bij de middelste 32 s en 48 t volgens het breischema breien, de s ervoor en erna ook in tricotsteek breien. Tegelijkertijd de meerderingen als volgt uitvoeren: 1 s naar rechts meerderen, 2 s av (= lijn bij de meerderingen), 1 s naar links meerderen. 1e t met meerderingen: bij alle 4 lijnen bij de meerderingen als volgt 2 s meerderen = in totaal 8 s gemeerderd (= 42 s voor voor- en achterpand, 17/17/22/27/27 s per mouw) = in totaal 118/118/128/138/138 s. Dan volgens de uitleg vóór en na de lijnen bij de meerderingen steeds 2 s als volgt meerderen en eventueel met de langere rondbreinld 4,0 mm verder br: Bij het voor- en achterpand in elke 2e t nog 19x/24x/35x/40x/43x, dan voor maat XS, maat S en maat M afwisselend in elke 4e t en in elke 2e t nog 5x/4x/1x meerderen (= 100/106/116/122/128 s voor voor- en achterpand); tegelijkertijd bij de mouwen voor maat XS, maat S en maat M in elke 2e t 4x/2x/1x, dan voor alle maten afwisselend in elke 4e t en in elke 2e t nog 10x/11x/12x/13x/10x en voor maat XL nog 6x in elke 4e t meerderen (= 65/65/72/79/79 s) = in totaal 330/342/376/402/414 s. Na 70/74/78/82/88 t (= ca 20/21/22/23/25 cm) is de raglanpas klaar. 

 

  • Achter- en voorpand 
  • In de volgende t 65/65/72/79/79 s van de rechter resp. linker mouw op een stekenhouder leggen. Dan als volgt verder breien: Voor het achterpand 100/106/116/122/128 s breien, voor het armsgat 10/14/14/14/18 s extra opzetten, voor het voorpand 100/106/116/122/128 s breien, voor de armsgaten 10/14/14/14/18 s extra opzetten en in het rond sluiten (= 110/120/130/136/146 s voor voor- en achterpand) = in totaal 220/240/260/272/292 s. Het begin van de toer in het midden van de extra opgezette s met een MM aangeven. In tricotsteek in toeren verder breien. Na 122 t (= ca 35 cm) vanaf het armsgat met de lange rondbreinld 3,0 mm in boordpatroon verder breien, daarbij in de 1e t voor maat L en maat XL mooi verdeeld 2 s minderen (= 110/120/130/135/145 s voor het voor- en achterpand) = in totaal 220/240/260/270/290 s. In de 1e t met 1 s av, 3 s recht beginnen, dan 2 s av, 3 s recht afwisselend breien en met 1 s av eindigen. Na 5 cm in boordpatroon alle losjes afkanten. Totale lengte = 60/61/62/63/65 cm. 

 

  • Mouw 
  • Met breinld zonder knop 4,0 mm de 65/65/72/79/79 s van een mouw opnemen en voor het armsgat 10/14/14/14/18 s extra opzetten en in het rond sluiten = 75/79/86/93/97 s. Het begin van de toer in het midden van de extra opgezette s met een MM aangeven. In tricotsteek verder breien. Tegelijkertijd na 8/6/6/4/4 t vanaf het armsgat voor de schuine randen met de minderingen beginnen, hiervoor aan het begin van de toer 1 s recht breien en de volgende 2 s recht samenbreien, tot 3 s vóór het einde van de t breien, dan 2 s recht overgehaald samenbreien (1 s recht afhalen, 1 s recht breien en de afgehaalde s overhalen), 1 s recht. Deze minderingen in elke 8e/6e/6e/6e/4e t 6x/0x/2x/14x/0x en in elke 10e/8e/8e/8e/6e t nog 8x/16x/15x/6x/22x herhalen = 45/45/50/51/51 s. Na 144 t (= ca 41 cm) vanaf het armsgat met breinld zonder knop 3,0 mm in boordpatroon verder breien, daarbij in de 1e t voor maat L en maat XL mooi verdeeld 1 s minderen = 45/45/50/50/50 s. In de 1e t met 1 s av, 3 s recht beginnen, dan 2 s av, 3 s recht afwisselend breien en met 1 s av eindigen. Na 5 cm in boordpatroon alle losjes afkanten. Totale lengte = 66/67/68/69/71 cm. De 2e mouw op dezelfde manier br. 

 

  • Afwerking 
  • Deel spannen, vochtig maken en laten drogen.
  • De naden bij de armsgaten sluiten.
  • Met de borduurnaald alle draden instoppen.
Stap 5
afkortingen
  • av = averecht
  • br = breien
  • herh = herhalen
  • s = steek (steken)
  • nld = naald(en)
  • t = toer(en)
  • heeng = heengaand
  • terugg = teruggaand