Uri – cardigan met streepjespatroon gebreid
in Apilou Medium
leergierige beginners
korte intro
Maat
4 (6-8-10) jaar
Dit heb je nodig
- Rechte breinaalden 4,5 mm
- Rechte breinaalden 5 mm
- 1 wolnaald
- Stekenmarkeerders
- Apilou Medium:
- 1 (1-1-1) bol G50 (roze)
- 1 (1-1-1) bol FA1 (bordeaux)
- 1 (1-1-1) bol 746 (petrol)
- 1 (1-1-1) bol P10 (lichtgrijs)
- 1 (1-2-2) bol(len) B20 (wit)
- 1 (1-2-2) bol(len) I10 (lichtblauw)
- 1 (1-1-1) bol C10 (lichtgeel)
Stekenverhouding
10 x 10 cm = 18 steken x 24 rijen in tricotsteek met breinaalden 5 mm.
Gebruikte steken
Boordsteek 1/1
- 1ste rij: afwisselend 1 rechte en 1 averechte steek breien.
- 2de rij en alle volgende rijen: de steken breien zoals ze zich voordoen (recht boven recht en averecht boven averecht).
Rechte tricotsteek
- 1ste rij: alle steken recht breien.
- 2de rij: alle steken averecht breien.
- Deze 2 rijen steeds herhalen.
Streepjespatroon
- 4 rijen kleur I10 (lichtblauw)
- 4 rijen kleur B20 (wit)
- Telkens deze 8 rijen herhalen.
Zo maak je het
Algemene tips:
· Wij gebruikten 7 verschillende kleuren Apilou medium. Laat je creativiteit de vrije loop en maak gerust je eigen kleurencombinatie met meer of minder kleuren! Als je de trui in 1 kleur zou breien, heb je 3 (4 - 4 - 5) bollen nodig.
Rugpand
· Zet met naalden 4,5 mm 60 (64 - 70 - 74) steken op en brei met kleur C10 8 rijen in boordsteek 1/1.
· Ga verder met naalden 5 mm in tricotsteek met strepenpatroon en begin met kleur I10.
· Ga verder tot een totale hoogte van 35,5 (40,5 - 45,5 - 51) cm en kant de steken losjes af.
Rechtervoorpand
· Zet met naalden 4,5 mm 27 (29 - 32 - 38) steken op en brei met kleur C10 8 rijen in boordsteek 1/1.
· Ga dan verder met naalden 5 mm in tricotsteek met strepenpatroon en brei de eerste streep in kleur I10.
· Brei in streepjespatroon tot een totale hoogte van 29,5 (34,5 - 39,5 - 45) cm en kant aan halszijde - in een rij die je recht breit - de eerste vijf steken af. Brei de rij verder uit.
· Brei de volgende rij averecht.
· Kant in de volgende rij weer de eerste vijf steken af en brei de rij verder uit.
· Brei de volgende rij averecht.
· Kant in de volgende rij de eerste 4 (3 - 3 - 4) steken af en brei de rij verder uit.
· Brei de volgende rij averecht.
· Ga verder in tricotsteek tot een totale hoogte van 35,5 (40,5 - 45,5 - 51) cm en kant de overgebleven 13 (16 - 19 - 22) steken losjes af.
Linkervoorpand
· Brei op dezelfde wijze als bij het rechtervoorpand, maar dan in spiegelbeeld.
Mouwen
· Zet met naalden 4,5 mm in kleur G50 28 (30 - 32 - 34) (voor de verhouding van de gebreide trui) steken op en brei 4 cm in boordsteek 1/1.
· Ga verder met naalden 5 mm in tricotsteek en maak om de 6 rijen aan weerszijden een meerdering op 2 steken van de rand. Doe dit 8 (7 - 9 - 10) (voor de verhouding van de gebreide trui) keer.
· Brei na alle meerderingen tot een totale hoogte van 32 (36 - 39 - 43) cm en kant de overgebleven 44 (44 - 50 54) (voor de verhouding van de gebreide trui) steken losjes af (zie tips).
· Brei de tweede mouw op dezelfde manier in kleur FA1.
Knopenboordjes
· Raap met naalden 4,5 mm in kleur P10 steken op, te beginnen bij het rechtervoorpand onderaan, met de goede kant naar je toe. Doe dit als volgt: stop de breinaald tussen de eerste en tweede steek van de eerste rij, haal de draad erdoor en laat deze steek op de rechternaald staan. Ga zo verder en raap per vier rijen drie steken op. Je raapt dus drie keer na elkaar een steek op in de rijen, dan sla je een rij over. Zorg ervoor dat de eerste en de laatste steek een rechte steek is aan de goede kant van het werk.
· Brei nu 4 rijen in boordsteek 1/1 en markeer in de 4e rij de steek die zich op 3 (4 - 4 - 3) bevindt van de opzetrand. Markeer weer een steek op 10 (12 - 13 - 14) cm van de opzetrand. Markeer de volgende steek op 17 (20 - 22 - 25) cm. Markeer de laatste steek op 24 (28 - 31 -36) cm.
· Kant in de 5e rij telkens de gemarkeerde steek af en zet op dezelfde plaats in de 6e rij opnieuw een steek op. Hang om het makkelijker te maken de stekenmarkeerder op de plaats waar je later de nieuwe steek moet creëren. Op deze manier heb je vier knoopsgaten gemaakt.
· Brei verder in boordsteek tot je 9 rijen hebt gebreid en zet daarna de steken losjes af.
· Maak een tweede knopenboord maar dan zonder knoopsgaten op dezelfde manier en begin bovenaan het linkervoorpand in plaats van onderaan.
Kraagje
· Sluit eerst de schoudernaden.
· Raap met naalden 4,5 mm in kleur 746 steken op, te beginnen bij de steken van het boordje aan het rechtervoorpand, hou het werk met de goede kant naar je toe. Ga helemaal rond tot je uitkomt bij de punt van het linkervoorpand. Neem per 4 rijen 3 steken op (zoals bij de knopenboordjes), en neem in elke afgekante steek 1 steek op.
· Brei 3 rijen in boordsteek 1/1 en maak in de 4e rij een knoopsgat vlak boven de knoopsgaten die je in de boord maakte.
· Brei daarna nog 4 rijen boordsteek en kant daarna de steken losjes af.
Afwerking
· Span de delen op een yogamatje op, maak ze vochtig met een plantenspuit en laat ze 24 uren aan de lucht drogen.
· Naai eerst de mouwen in: plaats het midden van de afgekante steken van de mouw aan de schoudernaad en maas met de matrassteek de steken van de mouw aan de rijen van het lijf. Je houdt hier best dezelfde verhouding tussen steken en rijen aan: per 4 rijen maas je 3 steken aan.
· Sluit de zijnaden als dit nog niet gebeurd zou zijn, naai de knopen op en stop de draadjes in.
Tips
· In de laatste rij, voor je de mouwen afkant, zou je de middelste steek kunnen markeren om bij het innaaien de juiste plek te hebben die tegen de schoudernaad moet komen.
· Als je het knopenboordje breit waar de knopen op genaaid moeten worden, kan je de steek waar de knoop moet komen, aanduiden met een stekenmarkeerder, zoals je gedaan hebt bij de knoopsgatenboord.







