Uma - trui met streepjespatroon gebreid
in Apilou Medium
leergierige beginners
korte intro
Maat
4 (6-8-10) jaar
Dit heb je nodig
· Rechte breinaalden 5 mm
· Rondbreinaalden of 4 breinaalden zonder kop 5 mm
· Apilou medium:
o 1 (1-1-1) bol lichtgeel (C10)
o 1 (1-1-2) bol rood (E00)
o 1 (1-1-2) bol lichtblauw (I10)
o 1 (1-1-1) bol bordeaux (FA1)
o 1 (1-1-1) bol middenblauw (I30)
o 1 (1-1-1) bol bruin (N00)
- 1 wolnaald
Stekenverhouding
10 x 10 cm = 16 steken x 22 rijen in tricotsteek met breinaalden 5 mm.
Gebruikte steken
Boordsteek 1/1
- 1ste rij: afwisselend 1 rechte en 1 averechte steek breien.
- 2de rij en alle volgende rijen: de steken breien zoals ze zich voordoen (recht boven recht en averecht boven averecht).
Rechte tricotsteek
- 1ste rij: alle steken recht breien.
- 2de rij: alle steken averecht breien.
- Deze 2 rijen steeds herhalen.
Streepjespatroon
- Brei 6 rijen in tricotsteek in kleur A (rood - E00)
- Brei 6 rijen in tricotsteek in kleur B (lichtblauw - I10)
Zo maak je het
Algemene tips:
· Wij gebruikten 6 verschillende kleuren van Apilou medium. Laat je creativiteit de vrije loop en maak gerust je eigen kleurencombinatie met meer of minder kleuren! Als je de trui in 1 kleur zou breien, heb je 3 (3-4-4) bollen nodig.
Rugpand
· Zet 53 (57-61-65) steken op met breinaalden 5 mm met C10 (lichtgeel) en brei 10 rijen in boordsteek 1/1.
· Brei verder in rechte tricotsteek in streepjespatroon met afwisselend E00 (rood) en I10 (lichtblauw).
· TIP: kruis in begin van de heengaande rij de draad van de kleur waarmee je breit met de draad van de kleur waarmee je niet breit. Zo neem je de draad mooi mee naar boven en moet je minder eindjes instoppen.
· Brei in totaal 11 (13-15-17) kleurstrepen in tricotsteek.
· Kant alle steken af in de 7de rij van de laatste kleurstreep.
Voorpand
· Brei zoals bij het rugpand tot een totale hoogte van 9 (11-13-15) kleurstrepen.
· Kant in de laatste rij van die kleurstreep de middelste 11 (13-13-15) steken af. Doe dit als volgt: brei 21 (22–24–25) steken averecht, kant (13-13-15) steken af, brei de resterende 21 (22–24–25) steken averecht.
· Brei vanaf nu verder in 2 delen. Kant aan de halskant om de 2 rijen 1x 3, 1x 2 en 2x 1 steken af (alle maten hebben dezelfde afkantingen).
· Kant de overblijvende 14 (15-17-18) steken af in de 7de rij van de laatste kleurstreep.
· Brei de 2de schouder in spiegelbeeld.
Mouwen
· Zet 22 (24-26-28) steken op met breinaalden 5 mm met N00 (bruin) en brei 10 rijen in boordsteek 1/1.
· Brei verder in rechte tricotsteek in dezelfde kleur.
· Meerder om de 6 (8-8-8) rijen aan begin en einde 8 (7-9-10) x 1 steek. Na alle meerderingen heb je 38 (38–44–48) steken.
o Brei de meerderingsrij als volgt: brei 2 steken recht, brei de volgende steek door de voorste en de achterste lus, brei recht tot er nog 3 steken op de naald staan, brei de volgende steek door de voorste en de achterste lus, brei de laatste 2 steken recht.
o Om te meerderen om de 6 rijen, meerder je in een rij op de goede kant, en vervolgens brei je nog 5 rijen in tricotsteek.
o Om te meerderen om de 8 rijen, meerder je in een rij op de goede kant, en vervolgens brei je nog 7 rijen in tricotsteek.
· Kant alle steken soepel af op een totale hoogte van 32 (36-39-43) cm.
· Brei een tweede identieke mouw in de kleur I30 (middenblauw).
Afwerking
· Sluit de schoudernaden.
· Neem voor de halsboord alle steken van de halsuitsnijding op met een rondbreinaald 5 mm in de kleur bordeau (FA1).
o Brei 14 rijen in boordsteek 1/1.
o Nu plooi je tegelijkertijd de boord en kant je alle steken af: brei de steek op de naald samen met de tegenoverliggende steek aan de opgenomen steken, en kant de steek daarna af.
o Vind je dit te moeilijk? Kant alle steken af in patroon en naai vervolgens de afgekante steken aan de opgenomen steken.
o Wil je geen dubbel boordje? Brei dan maar 8 rijen in tricotsteek en kant alle steken af.
o Brei je niet graag met rondbreinaalden? Laat dan 1 schouder open en brei de halsboord heen en weer. Zorg dat je 2 extra steken hebt aan de zijkant om later in elkaar te naaien. Naai tot slot de tweede schouder en de halsboord in 1 keer dicht.
· Zet de mouwen aan het lijf. Behoud daarbij dezelfde verhouding tussen steken en rijen: als je 1 steek aan 1 rij naait, wordt het armsgat te krap. Naai daarom per 3 rijen 2 steken aan.
· Sluit de mouw- en zijnaden.







