Selecteer je taal / Choisissez votre langue


Maat

S (M-L-XL)

Dit heb je nodig

  • 5 (6-6-7) bollen Coco in M00
  • Rechte breinaalden 4,5 mm
  • 1 wolnaald

  Coco (50gr/135m)  

Stekenverhouding

10 x 10 cm = 16 steken x 23 rijen in tricotsteek met breinaalden 4,5 mm. 

Gebruikte steken

Ribbelsteek

  • Alle steken en alle rijen recht breien. 

Rechte tricotsteek

  • 1ste rij: alle steken recht breien.
  • 2de rij: alle steken averecht breien.
  • Deze 2 rijen steeds herhalen.

Zo maak je het

Rugpand

·        Zet met breinaalden 4,5 mm 72 (80-88-96) steken op en brei 3 rijen ribbelsteek (je ziet nu 2 ribbels aan de goede kant van het breiwerk).

·        Brei vanaf nu verder in tricotsteek.

·        Zet op een totale hoogte van 28 (28-29-29) cm aan weerszijden 4 steken af voor het armsgat en brei verder in tricotsteek.

·        Brei de overgebleven 64 (72–80–88) steken verder tot een totale hoogte van 50 (50-52-52) cm en kant alle steken in één keer soepel af.

Voorpand

·        Zet met breinaalden 4,5 mm 72 (80-88-96) steken op en brei 3 rijen ribbelsteek (je ziet nu 2 ribbels aan de goede kant van het breiwerk).

·        Brei vanaf nu verder in tricotsteek.

·        Zet op een totale hoogte van 28 (28-29-29) cm aan weerszijden 4 steken af voor het armsgat en brei verder in tricotsteek.

·        Brei verder tot een totale hoogte van 47 (47-49-49) cm, en begin aan de verkorte toeren voor de halsuitsnijding:

o       Brei 17 (21–25–29) steken recht. Keer het werk en haal de eerste steek averecht af zonder te breien. Trek daarbij de draad stevig aan en breng de draad naar achter over de rechternaald, je hebt nu een dubbele steek gemaakt. Brei de resterende 21 (24-28-33) steken van de teruggaande rij averecht.

o       Brei 11 (15-19-23) steken recht. Keer het werk en haal de eerste steek averecht af zonder te breien. Trek daarbij de draad stevig aan en breng de draad naar achter over de rechternaald, je hebt nu een dubbele steek gemaakt. Brei de resterende 15 (18-22-27) steken van de teruggaande rij averecht.

·        Brei een volledige rij recht. Brei de 2 lussen van de dubbele steken telkens samen.

·        Brei nu de andere kant van de halsuitsnijding:

o       Brei 17 (21–25–29) steken averecht. Keer het werk en haal de eerste steek averecht af zonder te breien. Trek daarbij de draad stevig aan en breng de draad naar achter over de rechternaald, je hebt nu een dubbele steek gemaakt. Brei de resterende 21 (24-28-33) steken van de rij recht.

o       Brei 11 (15-19-23) steken averecht. Keer het werk en haal de eerste steek averecht af zonder te breien. Trek daarbij de draad stevig aan en breng de draad naar achter over de rechternaald, je hebt nu een dubbele steek gemaakt. Brei de resterende 15 (18-22-27) steken van de teruggaande rij recht.

·        Brei een volledige rij averecht. Brei de 2 lussen van de dubbele steken telkens samen.

·        Brei nog 1 rij recht en kant alle steken soepel af in de volgende teruggaande rij.

Mouwen

·        Zet met breinaalden 4,5 mm 40 (40-44-44) steken op en brei 3 rijen ribbelsteek (je ziet nu 2 ribbels aan de goede kant van het breiwerk).

·        Brei verder in rechte tricotsteek.

·        Meerder na 6 rijen rechte tricotsteek en telkens na 6 rijen in begin en einde van de breinaald 15x 1 steek.

·        Ga verder in fantasiepatroon en maak in de zevende rij aan weerszijden een meerdering op twee steken van de kant. Doe dit als volgt:

o       Brei de eerste 2 steken recht. Brei de volgende steek recht, maar laat ze nog niet van de linkernaald glijden. Brei dezelfde steek nog een tweede keer door de achterste lus.

o       Brei tot er nog 3 steken op de naald staan.

o       Brei de volgende steek, laat ze nog niet van de linkernaald glijden en brei dezelfde steek nog een tweede keer door de achterste lus. Brei de laatste 2 steken gewoon recht.

·        Meerder op deze manier in het totaal 15 keer om de 6 rijen: meerder zoals hierboven beschreven in een rechte rij, en brei vervolgens nog 5 rijen in het tricotsteek. Je hebt nu 70 (70–74–74) steken op de naalden.

·        Brei verder zonder meerderen tot een totale hoogte van 50 (50–52–52) cm en kant alle steken in één keer soepel af.

Afwerking

·        Naai de schoudernaden dicht tot aan de halsuitsnijding: begin met tellen aan de buitenkant en maas voor elke schouder 11 (15-19-23) steken van het voorpand aan het rugpand.

·        Maas dan de mouwen aan:

o       Plaats de markeerder in het midden van de mouwkop aan de schoudernaad (zie tips), en zorg dat de punten van de mouw bovenaan tegen de 4 afgezette steken van het armsgat liggen.

o       Naai de mouwen vast met matrassteek. Er zijn meer rijen dan steken op 10 cm, dus je moet diezelfde verdeling volgen bij het innaaien van de mouwen. Als je nu 1 steek op 1 rij naait, krijg je een veel te krap armsgat. Je moet ongeveer 2 steken van de mouw aan 3 rijen van het lijf mazen.

o       Het kan helpen om telkens vanuit het midden naar beneden te mazen. Je hebt dan wel meer draadjes om in te stoppen achteraf. 

o       Maas vervolgens het bovenste, rechte gedeelte van de mouwen aan de afgezette steken van het lijf. Ook hier maas je in dezelfde verhouding: 2 steken van het armsgat aan 3 rijen van de mouw.

·        Sluit als laatste de zijnaden van de mouwen en het lijf. Je kunt dit in 1 keer doen: begin met mazen aan de boord van het lijf, ga naar boven tot de oksel, en zo terug naar beneden richting pols.

Tips

·        Als je losjes afkanten moeilijk vindt, kun je een grotere breinaald gebruiken om af te kanten; in dit geval een naald van 5 mm.

·        Als je de laatste rij van de mouw breit, net vooraleer je gaat afkanten, kan je een stekenmarkeerder of contrastdraadje in het midden van de rij hangen om achteraf makkelijker het punt te vinden dat aan de schoudernaad bevestigd moet worden.

·        Dit model heeft erg brede mouwen. Je kunt dit aanpassen naar wens door de mouwen een maat kleiner te breien. Hou er dan ook rekening mee dat de afkantingen van het armsgat hoger moeten gebeuren.