Selecteer je taal / Choisissez votre langue


Maat

30 cm x 21 cm

Dit heb je nodig

  • Haaknaald 3,5 mm
  • Niet-deelbare rits van 30 cm
  • 1 bol Classic Cotton in IC0  (donkerste blauw) - kleur A
  • 1 bol Classic Cotton in K50  (muntgroen) - kleur B
  • 1 bol Classic Cotton in IE0  (donkerblauw) - kleur C
  • 1 bol Classic Cotton in 1A3 (botergeel) - kleur D
  • 1 bol Classic Cotton in I20  (lichtblauw) - kleur E
  • 1 wolnaald
 

   Classic Cotton (50gr/125m)  

Stekenverhouding

10 x 10 cm = 22 steken en 21 rijen in fantasiepatroon.

Gebruikte steken

Lossen, vasten, stokjes, halve stokjes, halve vasten, dubbele stokjes 

Fantasiepatroon

  • Het patroon wordt in de werkbeschrijving uitgelegd. 


Zo maak je het

BAlgemene richtlijnen

Dit project wordt in het rond gehaakt. Om een mooi en consistent resultaat te krijgen, gelden de volgende richtlijnen doorheen het hele patroon:

  • Sluit elke toer met een halve vaste en keer daarna het werk.
  • Haak de oneven toeren langs de goede kant van het werk.
  • Haak de even toeren langs de binnenkant of ‘slechte’ kan van het werk.
  • Wissel om de twee toeren van kleur.
  • Behoud dezelfde kleurvolgorde tot er andere instructies worden gegeven.

BBasis van het tasje

  • Haak met kleur A (donkerste blauw) een ketting van 66 lossen + 1 keerlosse.
  • 1ste toer: haak op elke losse een vaste en in de laatste losse 2 vasten = 67 vasten.
  • Ga verder op de onderkant van de ketting (je draait het werk dus niet om, maar haakt langs 2 kanten op de lossenketting) en haak weer op elke losse een vaste en in de laatste steek twee vasten = een totaal van 134 steken. Sluit de toer met een halve vaste en keer dan het werk.
  • 2de toer: je haakt nu aan de binnenkant of 'slechte kant' van het werk: haak met dezelfde kleur een vaste in elke vaste = 134 steken. Sluit de toer met een halve vaste, maar doe de laatste doorhaling (van de halve vaste dus) met kleur B (muntgroen).
  • 3de toer: haak met kleur B een half stokje in elke vaste = 134 steken. Sluit de toer met een halve vaste en keer het werk. (Je blijft gedurende heel het project over 134 steken haken; dus dit wordt vanaf nu niet meer herhaald.)
  • 4de toer: haak met dezelfde kleur een vaste in de voorste lus van elke steek van de vorige toer. Sluit de toer met een halve vaste, maar doe de laatste doorhaling met kleur C (donkerblauw).
  •  5de toer: haak met kleur C afwisselend een vaste en een stokje, maar je haakt de vasten nu in de voorgaande toer en de stokjes in de ongebruikte (achterste) lussen uit toer 3.  Sluit de toer met een halve vaste en keer het werk.
  •  6de toer: haak met dezelfde kleur (donkerblauw) in de eerste steek een vaste, vervolgens twee lossen, sla een steek over en haak weer een vaste en twee lossen. Herhaal dit tot op het einde van de toer. Je eindigt met twee lossen en sluit de toer met een halve vaste in de eerste vaste van de toer en doe de laatste doorhaling met kleur D (botergeel). Keer het werk.
  • 7e toer: haak met kleur D 2 stokjes in elke lossenruimte. Sluit de toer met een halve vaste en keer.
  • 8e toer: haak met dezelfde kleur (botergeel) een vaste op elk stokje. Sluit met een halve vaste en maak de laatste doorhaling met kleur E (lichtblauw). Keer het werk.
  • Ga nu met kleur E verder en gebruik het stekenpatroon van toer 1.
    • Je gaat dus op elke steek een vaste haken.
  • Blijf dit fantasiepatroon herhalen van rij 1 tot en met 8 en behoud de volgorde van de kleuren zodat elke steek in een andere kleur terugkomt.
  • Haak verder tot een totale hoogte van 19 cm
  • Haak nu in de volgende kleur die je zou moeten gebruiken vier toeren vasten en blijf telkens op het einde van de toer sluiten met een halve vaste en het werk keren.

Bloempje

  • 1e toer: haak met kleur D (botergeel) 6 vasten in een magische ring en sluit de toer met een halve vaste.
  • 2e toer: haak met dezelfde kleur D een vaste in de eerste vaste en twee vasten in de volgende. Herhaal dit tot op het einde, sluit de toer met een halve vaste en doe de laatste doorhaling met kleur E (lichtblauw) = 9 vasten.
  • 3e toer: haak met kleur E *een vaste in een vaste, twee vasten in de volgende vaste, een vaste in de volgende vaste*. Herhaal ** tot op het einde en sluit de toer met een halve vaste = 12 vasten.
  • Haak vervolgens 4 lossen, 1 dubbel stokje in de eerste steek, 1 dubbel stokje in de tweede steek, 4 lossen en een halve vaste in dezelfde steek als waar je het laatste dubbel stokje haakte.  *Haak een vaste in de volgende steek, 4 lossen, een dubbel stokje in dezelfde steek, een dubbel stokje in de volgende steek, 4 lossen en een halve vaste in dezelfde steek als waar je het laatste dubbel stokje haakte*. Herhaal wat tussen * en * staat tot het einde van de toer. Sluit met een halve vaste en hecht de draad af.  Je hebt nu 6 bloemblaadjes gehaakt!
  • Haak nogmaals eenzelfde bloempje en naai ze beide met een wolnaald op elkaar met de mooie kanten naar buiten toe (zie tips).
  • Hecht met kleur groen en dubbele draad het garen aan tussen twee bloemblaadjes in en haak een ketting van 25 lossen. Knip de draad af en laat de eindjes een beetje hangen om hem te kunnen bevestigen aan de rits. Je kan deze eindjes achteraf instoppen in de ketting die je haakte met dubbele draad.

Afwerking

  • Naai de rits in en stop alle draadjes in.

Tips

  • Laat in het begin de donkerblauwe opzetdraad aan de buitenkant hangen om duidelijk te maken wat de binnen- en wat de buitenkant is. Je kunt hiervoor eventueel ook een stekenmarkeerder gebruiken.
  • Als je de twee kanten van het bloempje aan elkaar wil naaien, kan je de draad ontdubbelen. De draad bestaat uit vier dunne draadjes die gedraaid in elkaar zitten. Houd met beide handen de draad vast tussen duim en wijsvinger en draai met een hand aan de draad  zodat de vier draadjes naast elkaar komen te liggen. Pruts er twee draadjes uit en gebruik die om de bloempjes op elkaar te naaien.