Selecteer je taal / Choisissez votre langue


Maat

S (M-L-XL)

Dit heb je nodig

  • Haaknaald 2 mm
  • Wolnaald
  • Stekenmarkeerders
  • 4 (4 - 5 - 5) bollen Classic Cotton - 1A3 (lichtgeel) ⇨ A
  • 2 (2 - 3 - 3) bollen van Classic Cotton - I20  (lichtblauw) ⇨ B
  • 1 bol Classic Cotton - IE0 (donkerblauw) ⇨ C
  • 1 bol Classic Cotton - IC0 (donkerste blauw) ⇨ D
  • 1 bol Classic Cotton kleur - K50 (lichtgroen) ⇨ E

  Classic Cotton (50gr/125m)  

Stekenverhouding

10 x 10 cm = 1 granny square van 7 toeren met haaknaald 2 mm is een vierkant van 10 x 10 cm.  

Gebruikte steken

Lossen, vasten, halve vasten, stokjes, clusters (3 stokjes in dezelfde lossenruimte)

 

 


Zo maak je het

Granny square

Een granny square is een vierkantje dat in het rond wordt gehaakt met stokjes en lossen. In totaal worden er 7 toeren gehaakt.

     ⇨ Start

·        Begin met een magische cirkel in kleur B (I20). De eerste toer zal volledig in deze kleur worden gehaakt.

     ⇨ Toer 1

·        Haak 3 lossen (telt als eerste stokje).

o   Haak nog 2 stokjes in de magische cirkel (eerste cluster gemaakt).

·        Haak vervolgens 2 lossen.

·        Haak nadien 3 stokjes in de ring.

·        Haak vervolgens 2 lossen.

·        Herhaal 3 stokjes + 2 lossen tot je 4 clusters van 3 stokjes hebt.

·        Eindig met 2 lossen.

·        Sluit de toer met een halve vaste in de 3e losse van het eerste cluster.  

·        Hecht de draad af.

·        Trek het begindraadje aan, zodat het gaatje van de magische cirkel sluit.

·         

     ⇨ Toer 2

·        Hecht een nieuwe draad aan in kleur C (IE0) met een halve vaste in één van de hoeken (lossenboog).

·        Haak 3 lossen (telt als eerste stokje).  

o   Haak nog 2 stokjes in dezelfde lossenboog (eerste cluster).  

·        Haak vervolgens 2 lossen.

·        Haak nadien 3 stokjes in dezelfde lossenboog (tweede cluster in de hoek).

·        Haak 1 losse. (Tussen de clusters haak je telkens 1 losse, in de hoeken zal je telkens 2 lossen moeten haken.)

·        Je hebt nu 1 hoek gemaakt, ga verder naar de volgende hoek.

·        Haak 3 stokjes in de volgende lossenboog.

·        Haak nadien 2 lossen.

·        Haak vervolgens 3 stokjes in dezelfde lossenboog.

·        Haak 1 losse

·        Herhaal dit rond:

o   In elke hoek: 2 clusters van 3 stokjes met 2 lossen ertussen.

o   Tussen de hoeken: telkens 1 losse tussen de clusters.

·        Sluit de toer met een halve vaste in de 3e losse van het beginBovenkant formulier.

    ⇨ Toer 3

Onderkant formulier

·        Hecht een nieuwe draad aan in kleur A (1A3) met een halve vaste in één van de hoeken.

·        Haak in de hoek: 3 stokjes, 2 lossen, 3 stokjes.

·        Haak 1 losse en haak in de volgende 1-lossenruimte aan de zijkant 3 stokjes.

o   Herhaal dit rond: in elke hoek 3 stokjes, 2 lossen, 3 stokjes, in elke 1-lossenruimte aan de zijkanten 3 stokjes en tussen de clusters aan de zijkanten telkens 1 losse.

·        Sluit de toer met een halve vaste.

Toer 4

·        Hecht een nieuwe draad aan in kleur D (IC0) en ga verder te werk zoals in de vorige toeren.

Toer 5

·        Hecht een nieuwe draad aan in kleur E (K50) en ga verder te werk zoals in de vorige toeren.

Toer 6

·        Hecht een nieuwe draad aan in kleur B (I20) en ga verder te werk zoals in de vorige toeren.

Toer 7

·        Hecht een nieuwe draad aan in kleur A (1A3) en ga verder te werk zoals in de vorige toeren (zie tips).

·        Haak in het totaal 24 (27 - 30 - 33) vierkantjes (zie tips). 

Samenstellen van de rok

·        Schik de vierkantjes in drie rijen van 8 (9 - 10 -11) vierkantjes en naai ze in kleur geel aan elkaar met de matrassteek. Steek met de wolnaald telkens tussen de twee bovenste lussen van de laatste toer zodat 1 lus aan de goede kant van het werk en de andere aan de binnenkant komt te liggen.

De matrassteek is een onzichtbare naaisteek waarmee je het haakwerk netjes aan elkaar zet. De naad is bijna onzichtbaar aan de goede kant van het werk.

Zo maak je de matrassteek:

1.       Leg de vierkantjes naast elkaar met de goede kant naar boven.

2.       Rijg een wolnaald met de draad.

3.       Steek met de naald onder de twee bovenste lussen van het eerste vierkantje.

4.       Steek vervolgens onder de twee bovenste lussen van het tweede vierkantje.  

5.       Herhaal dit afwisselend:

o   ene vierkantje

o   andere vierkantje

6.       Trek de draad regelmatig zachtjes aan, zodat de naad mooi sluit.

7.       Werk zo verder tot het einde en hecht de draad af.

Tips hierbij:

  • Trek hem niet te strak aan, anders trekt je werk krom.
  • Laat hem ook niet te los zitten, anders krijg je openingen.

Probeer dezelfde spanning aan te houden voor het mooiste resultaat.

·        Als je de lap tot een cirkel sluit, naai dan de bovenste twee vierkantjes die tegen de lendenband komen, volledig aan elkaar. De volgende twee vierkantjes naai je aan elkaar, zodat de laatste cluster van dat vierkantje onbewerkt blijft. Laat de onderste vierkantjes onbewerkt. Op deze manier heb je een split gecreëerd.

Tailleband

Vanaf nu begin je met het haken van de tailleband. Hierdoor kan je de rok aanpassen en aanspannen voor de beste pasvorm!

·        Haak met kleur A (1A3) vasten aan de bovenkant van de rok. Begin middenachter: bepaal het midden door eerst te kiezen waar je de split wil en leg het werk plat op een vlak oppervlak.

o   Haak een vaste in elk stokje en in elke losse tussen de clusters, en haak een extra vaste tussen de vierkantjes. Haak alleen in de voorste lussen, ook bij de lossen tussen de clusters. Sluit de toeren niet met een halve vaste, maar haak verder in een spiraal.

·        Plaats aan de voorkant, in het midden van de rok, een stekenmarkeerder net onder de eerste toer vasten. Je doet dit in de helft van je totale stekenaantal.

·        Haak nog 3 toeren vasten.

·        Haak in de vijfde toer aan weerszijden van het middelpunt vooraan (waar de stekenmarkeerder zit) twee gaatjes voor het rijgkoordje.

o   Haak 5 steken voor de markeerder 2 lossen, en sla 2 vasten over. Haak nu 6 vasten (3 voor en 3 na de markeerder) en haak nog eens 2 lossen terwijl je 2 vasten overslaat.  Zo zitten er 6 vasten tussen de 2 gaatjes.  

·        Haak in de zesde toer telkens twee vasten in de lossenboog van het gaatje.

·        Haak nog 3 toeren vasten.

·        Haak in de tiende toer afwisselend een vaste en een losse en sla telkens één steek over bij de losse. Dit maakt het makkelijker om de lendenboord naar binnen te plooien.

·        Haak nog negen toeren vasten en haak de laatste (10e) toer samen met de ongebruikte lussen van de eerste toer die je aan de binnenkant ziet liggen (zie tips).

Koord voor de tailleband

·        Maak met kleur A (1A3) een schuiflus met dubbele draad. Leg één draad over je linkerduim en de andere draad over je linkerwijsvinger. Ga met de haaknaald tussen de twee draden door en neem de onderste draad op je haaknaald. Je hebt nu twee lussen op je haaknaald. Haal vervolgens de draad die over je wijsvinger ligt door de twee lussen. Gaat dit stroef, begin dan opnieuw en maak de schuiflus wat losser. Haak zo verder tot je een ketting hebt van 152 (172) cm en hecht de twee draden af.

·        Rijg het koord door de lendenboord en werk de draadjes weg.

·        Leg een knoopje op beide uiteinden.

Biesje (om de split en de onderkant af te werken)

·        Volg de lijn van de granny squares waar de split zit naar boven toe en hecht met kleur A (1A3) de draad aan op de granny square rechts van de naad. Doe dit met een halve vaste in de lossenruimte vlak aan de tailleband. Haak naar beneden toe vasten in elk stokje, in elke losse tussen de clusters en tussen de granny squares. Haak de onbewerkte voorste lussen van het tegenoverliggende vierkantje meteen mee, zodat de boogjes later niet naar de verkeerde kant omplooien. 

·        Vanaf de split haak je 1 vaste in elk stokje, elke losse tussen de clusters en op de overgang naar de granny squares.

·        Haak op de hoek tussen split en onderkant 3 vasten in dezelfde steek en ga zo verder tot aan de volgende hoek. Haak opnieuw 3 vasten in de hoek en werk verder naar boven toe, tot waar de split begint. Hecht de draad af.

·        Hecht opnieuw de draad aan, bovenaan waar je begonnen bent. Haak 1 vaste, sla 2 steken over en haak in de derde steek 6 stokjes. Sla opnieuw 2 steken over en haak in de derde steek 1 vaste.

·        Herhaal dit rondom om boogjes te haken. Kom je aan een hoek en valt het boogje op de hoek, haak dan 9 stokjes in plaats van 6. Valt het boogje net vóór de hoek, haak dan 3 vasten in de hoek en ga daarna verder met de boogjes.

Afwerking

·        Stop alle draadjes in.

Tips

·        Als je klaar bent met een vierkantje kan je er best de gewoonte van maken om onmiddellijk de draadjes in te stoppen. Per toer zijn er 2 draadjes in te stoppen (1 voor het begin en 1 voor het einde). Dit komt erop neer dat je per vierkantje 14 draadjes moet instoppen en voor alle vierkantjes samen komt dit op 336 (378 - 420 - 462) draadjes!

·        Als je klaar bent met alle vierkantjes kan je ze best eerst opspannen en bevochtigen met een plantenspuit (blokken), zodat ze allemaal exact dezelfde afmeting krijgen. Ook dit kun je al tussendoor doen.

·        In plaats van het koordje achteraf door de lendenboord te rijgen, kan je het er ook al inleggen terwijl je de boord dichthaakt.