Romi - zachte boothals trui gebreid
in Softlin
leergierige beginners
korte intro
Maat
S (M-L-XL)
Dit heb je nodig
- 12 (13-14-15) bollen Softlin - I30
-
1 wolnaald
-
Rechte breinaalden 4 mm
Stekenverhouding
10 x 10 cm = 20 steken x 24 rijen in fantasiesteek
Gebruikte steken
|
Ribbelsteek · Alle rijen en steken recht breien.
Fantasiesteek · 1ste rij: alle steken recht breien · 2de rij: alle steken averecht breien · 3de rij: alle steken averecht breien · 4de rij: alle steken recht breien · 5de rij: 1 steek recht, *1 omslag, 2 steken samenbreien (1 steek overnemen zonder te breien, volgende steek breien, overgenomen steek over deze steek halen), 1 steek recht*. Herhaal * * tot het einde van de rij. · 6de rij: alle steken averecht breien · 7de rij: alle steken averecht breien · 8ste rij: alle steken recht breien · Herhaal telkens deze 8 rijen. |
Zo maak je het
Rugpand
· Zet 110 (121 - 127 - 139) steken op met breinaalden 4 mm en brei 3 rijen in ribbelsteek. Je ziet nu 2 ribbels aan elke kant van je werk.
· Brei verder in fantasiepatroon (zie uitleg bij ‘Gebruikte steken’ of telpatroon, in de tips leggen we uit hoe je hiermee aan de slag kan).
· Zet op een totale hoogte van 48 (50 - 51 - 52) cm alle steken af. Zet alle steken af in de volgende heengaande rij. (zie tips)
Voorpand
· Brei een identiek voorpand.
Mouwen
· Zet 64 (67 - 70 - 73) steken op met breinaalden 4 mm en brei 3 rijen in ribbelsteek (je ziet nu 2 ribbels aan elke kant van je werk).
· Brei verder in fantasiepatroon (zie uitleg of telpatroon).
o Brei 2 keer rijen 1 tot en met 8 van het fantasiepatroon, en meerder vervolgens aan beide uiteinden 1 steek. Doe dit als volgt: brei 1 steek recht, maak een meerdering uit de tussenlus (bekijk hiervoor de video-tutorial), plaats een stekenmarkeerder, begin te breien in de fantasiesteek tot er nog 1 steek op de naald staat. Maak nog eens een meerdering uit de tussenlus, plaats een stekenmarkeerder en brei de laatste steek recht.
o Wanneer je bij rij 5 van het patroon komt, brei je de steken voor de eerste en na de tweede stekenmarkeerder gewoon recht, en begin je met de herhaling van de fantasiesteek na de eerste markeerder.
o Meerder nog 7 keer in de eerste rij van het fantasiepatroon en doe dit telkens tussen de laatste en de voorlaatste steek. Houd de stekenmarkeerders tussen de tricotsteken en de steken in fantasiepatroon op rij 5.
o Vanaf de derde meerdering kun je eventueelextra herhalingen van de fantasiesteek toevoegen. Plaats de stekenmarkeerder dan 3 steken dichter bij de uiteinden van de naald en brei ze in patroon. Zorg dat je altijd minstens 1 steek buiten de markeerders blijft houden, en maak de meerderingen telkens voor de eerste en na de laatste markeerder.
o Je hebt na de 10 herhalingen van het fantasiepatroon 8 keer gemeerderd en krijgt zo 80 (83 86 - 89) steken in totaal.
· Brei na de meerderingen verder tot een totale hoogte van 44 (44 - 46 - 46) cm (hangend meten, zie tips), en zet alle steken af in de volgende teruggaande rij.
· Brei een identieke 2de mouw.
Afwerking
· Leg het voor- en achterpand op een yogamatje en span ze op met kopspelden.
· Bevochtig het werk met een plantenspuit en laat het 24 uur aan de lucht drogen.
· Sluit daarna de schoudernaden, maar laat in het midden ongeveer 27 (27 28 - 28) cm open voor de boothals.
o Je kunt dit aanpassen als je liever een meer gesloten hals hebt: bedenk hoe breed je de halsopening wilt, trek dit af van de totale breedte. Deel het overblijvende getal vervolgens door 2, en maas zoveel cm van de schoudernaad aan elkaar. Door aan de buitenkant van de schouder te beginnen en de draad nog niet meteen in te stoppen, kun je na het passen nog wat meer of minder steken samennaaien en zo jouw perfecte halsopening maken.
· Naai vervolgens de mouwen aan de schouders. Je doet dit door het midden van de bovenkant van de mouw tegen de schoudernaad te plaatsen en zo langs elke kant naar beneden in te mazen. Let er daarbij op om niet gewoon 1 steek aan 1 rij te mazen. Je volgt de verhouding van je proeflapje tussen steken en rijen bij het in elkaar naaien: je maast 5 steken op 6 rijen (naai 5 keer 1 steek aan 1 rij en sla vervolgens een rij over).
· Naai nu in 1 keer de zij- en mouwnaad langs elke kant dicht. Je begint bij de boord onderaan, maast naar de oksel toe en vervolgt naar de pols van de mouw. Dit kan ook omgekeerd, als je dat handiger vindt: van pols naar oksel, en dan naar de boord onderaan.
· Werk alle draden netjes weg.
Tips:
· De fantasiesteek heeft een herhaling van 3 steken breed en 8 rijen hoog, en wordt voorafgegaan door een extra steek om het in elkaar naaien te vergemakkelijken.
· Het kan een uitdaging zijn om zo’n fantasiesteek voor het eerst te breien, daarom voorzien we 3 manieren om het uit te leggen:
o Je vindt het rij per rij uitgeschreven bij de gebruikte steken.
o Je vindt ook een schematische voorstelling in de teltekening. De teltekening lees je van onder naar boven, en tegelijk in de heengaande rijen van rechts naar links, en in de teruggaande rijen van links naar rechts. Om het je makkelijker te maken, staat het cijfertje van de rij telkens aan de kant waar je moet beginnen.
· Voor de mooiste afwerking aan de hals eindig je met het patroon na rij 4 of rij 8.
· Omdat de fantasiesteek behoorlijk krimpt als je breiwerk neerligt, raden we aan om hangend te meten tijdens het breien.













