Selecteer je taal / Choisissez votre langue

Maat

S (M-L-XL)

Dit heb je nodig

  • Haaknaald 4,5 mm
  • 1 wolnaald
  • stekenmarkeerders 
  • 650 (700-750-800) g Tinto 

  Tinto (200gr/400m)  

Stekenverhouding

10 x 10 cm = 13 steken en 8 rijen in fantasiepatroon. 

Gebruikte steken

lossen, halve vasten, vasten, halve stokjes, stokjes, dubbele stokjes, kreeftsteek (= vasten, maar van links naar rechts), half stokje in achterste lus (= niet onder het v-tje steken, maar in de achterste lus van het v-tje)

Fantasiesteek met gekruiste stokjes (zie schema)

  • 1ste rij: haak vakjes door stokjes te haken met telkens 1 losse ertussen.
  • 2de rij: sla de eerste steek over en haak daarin een stokje, haak een losse en ga dan langs voren met de haaknaald terug naar de steek die je oversloeg en maak daarin nog een stokje. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Deze twee rijen telkens herhalen.

Zo maak je het

Rugpand

  • Haak 61 (63 - 65 - 67) lossen + 4 keerlossen en begin met het fantasiepatroon met gekruiste stokjes.
  • In de eerste rij maak je dus lege vakjes door stokjes af te wisselen met lossen 31 (32 - 33 - 34).
  • In de tweede rij haak je gekruiste stokjes zoals hierboven uitgelegd. Je haakt niet in de steken zelf van de vorige rij, maar telkens in de lossenruimte tussen de stokjes.
  • Volg schema nr. 1 en herhaal de vorige twee rijen nog 0 (1 - 2 - 3) keer.
  • Begin vanaf nu het rugpand te verbreden en doe dit als volgt: haak in het begin van de rij 5 lossen en dan een stokje op de eerste steek van de vorige rij. Je hebt op deze manier een vakje bijgemaakt. Op het einde van de rij haak je na het laatste stokje een losse en een dubbel stokje in dezelfde steek. Dit is ook weer een extra vakje. Je hebt nu aan weerszijden een vakje bijgemaakt.
  • Volg nu verder schema nr. 2 en voeg telkens een leeg vakje bij in de volgende rijen: 3 (5 - 7 - 9), 7 (9 - 11 - 13), 11 (13 - 15 - 17), 15 (17 - 19 - 21).
  • Haak verder volgens dit schema en voeg aan weerszijden 2 lege vakjes toe op de volgende rijen: 17 (19 - 21 - 23), 19 (21 - 23 - 25), 21 (23 - 25 - 27), 23 (25 - 27 - 29), 25 (27 - 29 - 31), 27 (29 - 31 - 33), 29 (31 - 33 - 35), 31 (33 - 35 - 37). Doe dit als volgt: 1e) in het begin van de rij: haak eerst 7 lossen (= drie lossen als basis, 3 lossen als eerste stokje en nog 1 losse om over te gaan naar het volgende stokje), haak dan een stokje in de 6e losse vanaf de haaknaald, nog een losse en een stokje in de eerste steek van de vorige rij. Je hebt nu 2 lege vakjes bijgemaakt. Per vakje extra dat je wilt bijmaken, haak je 2 lossen extra. 2e) op het einde van de rij: haak na het laatste stokje een losse en een dubbel stokje in dezelfde steek. Je hebt nu 1 vakje bijgemaakt. Voor een 2e vakje (of meerdere) haak je eerst een losse en dan een dubbel stokje dat je plaatst halverwege het vorige dubbele stokje dat je maakte. Op deze manier maak je vakjes bij zoveel je wilt.
  • Volg nu verder schema nr. 3 en voeg vier lege vakjes toe aan weerszijden zoals hierboven uitgelegd. Doe dit op de volgende rijen: 33 (35 - 37 - 39), 35 (37 - 39 - 41).
  • Voeg ten slotte nog eens 4 (6 - 8 - 10) lege vakjes toe aan weerszijden op rijen 37 (39 - 41 - 43).
  • Na alle bovenstaande meerderingen te hebben gedaan, haak je gewoon verder in fantasiepatroon tot en met rij 45 (48 - 51 - 54).
  • Haak als laatste een rij halve stokjes in elke steek, ook in de lossen en hecht de draad af.

Voorpand

  • Haak het voorpand op dezelfde manier als het rugpand.

Afwerking

  • Leg de twee panden op elkaar met de goede kanten naar binnen.
  • Begin onderaan bij de zijnaden van het lijf en haak vasten in de lege vakjes, vervolg dit tot je bij het begin van de mouw (pols) uitkomt. Hecht de draad af en stop het draadje in.
  • Begin opnieuw bij de pols, maar dan aan de bovenkant, en naai met een wolnaald met een heen-en-weer-steek de naad dicht voor een lengte van 39 (42 - 45 - 48) cm.

Halsboord

  • Laat vanaf de mouwnaad voor elke schouder een opening vrij van 23 (24,5 - 26 - 27,5) cm en markeer het einde van de schouderopeningen met een stekenmarkeerder om aan te duiden waar je met de halsboord moet beginnen.
  • Zorg ervoor dat de steken voor de hals bij beide panden mooi in het midden liggen.
  • Hecht de draad aan met een halve vaste in de steek die gemarkeerd werd, haak een lossenketting (niet te vast haken) van 9 cm (zie tips).
  • Ga verder met halve vasten langs de bovenrand van het eerste pand tot aan de tweede stekenmarkeerder (tweede schouderopening dus).
  • Haak opnieuw een lossenketting van 9 cm. Ga verder met halve vasten langs de bovenrand van het tweede pand tot aan de stekenmarkeerder.
  • Sluit de toer met een halve vaste in de eerste halve vaste van het begin van de toer. De halsopening zou een diameter van ongeveer 23 cm moeten hebben.
  • Haak 1 losse en ga verder in het rond en haak 1 half stokje op elke steek van de toer. Sluit de toer met een halve vaste.
  • Ga verder met halve stokjes haken, maar steek alleen in de achterste lus. Haak zo drie toeren door alleen in de achterste lus te haken. Sluit de toer telkens met een halve vaste.
  • Werk af (laatste toer) met de kreeftsteek. Haak vasten, maar haak van links naar rechts. Hecht daarna de draad af en stop in.

Extra afwerking

  • Haak onderaan het lijf en onderaan de mouwen (zie tips) nog een toer vasten en daarop nog een toer in kreeftsteek.
  • Stop alle draadjes in.

Tips

  • Je zou tijdens het haken telkens op bepaalde afstanden van elkaar stekenmarkeerders kunnen aanhechten (bvb om de tien rijen), zowel bij voor- als rugpand om later de panden makkelijker tegen elkaar te kunnen bevestigen. Je kan dan de stekenmarkeerders op elkaar leggen en 1 ervan verwijderen en met de andere de 2 tegenover elkaar staande punten vasthechten.
  • Als je geen fan bent van de open schouders, kan je die achteraf gedeeltelijk of volledig dichtnaaien. Je kan er ook een soort vetersluiting  haken met een lossenketting om de opening op bepaalde plaatsen te onderbreken.
  • Als je liever aanpassende mouwen hebt, kan je reliëfstokjes haken onderaan de mouw in plaats van af te werken met een kreeftsteek.
  • Als je bij het creëren van de kraag de 9 cm lossenketting moet haken, kan je best tellen hoeveel steken je hiervoor nodig hebt, zodat je bij de volgende lossenketting hetzelfde aantal steken gebruikt.