Oda - gehaakte cardigan met gaatjes
in Tinto
leergierige beginners
korte intro
Maat
S/M - L/XL
Dit heb je nodig
- Haaknaald 5,5 mm
- 1 wolnaald
- 450 (500) g Tinto - I00
Tinto (200gr/400m)
Stekenverhouding
10 x 10 cm = 12 steken x 7 rijen in fantasiepatroon.
Gebruikte steken
lossen, halve vasten, vasten, stokjes
fantasiepatroon (zie schema's): wordt gehaakt op een veelvoud van 5 steken + 3 extra
Zo maak je het
Rugpand
· Haak een ketting van 68 (73) lossen + 1 keerlosse.
· 1ste rij: (volg schema 1): haak een vaste in de 2e losse vanaf de haaknaald en daarbovenop nog een losse. Deze vaste + losse doen dienst als het 1e stokje. Haak vervolgens 1 stokje in elke losse tot op het einde van de rij. Keer het werk.
· 2de rij: haak 3 keerlossen (de 3 lossen fungeren vanaf nu als eerste stokje), haak vervolgens 1 stokje in elke steek van de rij. Keer het werk.
· 3de rij: haak 3 keerlossen, haak in de volgende 2 steken een stokje, *haak 2 lossen en sla 2 steken over, haak in de volgende 3 steken een stokje*. Herhaal van * tot * tot het einde van de rij. Eindig met 3 stokjes. Keer het werk.
· 4de rij: haak 3 keerlossen, haak 1 stokje op elk stokje en 2 stokjes in elke lossenruimte van 2 lossen. Keer het werk.
· 5de rij: haak 3 keerlossen, haak 1 stokje op elk stokje. Keer het werk.
· Herhaal vanaf nu telkens rijen 3 tot en met 5 tot je in totaal 35 (38) toeren hebt gehaakt.
· Hecht de draad af en laat hem lang genoeg hangen om achteraf in elkaar te naaien.
Rechtervoorpand
· Haak een ketting van 33 (36) lossen + 1 keerlosse.
· 1ste rij: haak een vaste in de 2e losse vanaf de haaknaald en daarbovenop nog een losse. Deze vaste + losse doen dienst als het 1e stokje. Haak vervolgens 1 stokje in elke losse tot op het einde van de rij. Keer het werk.
· 2de rij: haak 3 keerlossen, haak vervolgens 1 stokje in elke steek van de rij. Keer het werk.
· 3de rij: haak 3 keerlossen, haak in de volgende 2 steken een stokje, *haak 2 lossen en sla 2 steken over, haak in de volgende 3 steken een stokje*. Herhaal van * tot * tot het einde van de rij. Eindig met 3 stokjes voor de kleinste maat, en voor de grootste maat eindig je met 1 stokje in de bovenste lus van de 3 lossen van de vorige rij. Keer het werk.
· 4de rij: haak 3 keerlossen, haak 1 stokje op elk stokje en 2 stokjes in elke lossenruimte van 2 lossen. Keer het werk.
· 5de rij: haak 3 keerlossen, haak 1 stokje op elk stokje. Keer het werk.
· Volg verder schema 1 en herhaal rijen 3 tot en met 5 tot je 29 rijen hebt gedaan.
· Vanaf nu begin je met het vormen van de minderingen voor de halsuitsnijding.
· Volg vanaf nu schema 2 om de minderingen te maken. Voor de grootste maten zijn de steken in het rood van toepassing.
· Volg verder het schema tot je de 35ste (38ste) rij gedaan hebt.
· Hecht de draad af en laat hem lang genoeg hangen om achteraf de schouders aan elkaar te kunnen naaien.
Linkervoorpand
· Haak een ketting van 33 (36) lossen + 1 keerlosse.
· 1ste rij en 2de rij: idem als bij het rechtervoorpand.
· 3de rij: haak 3 lossen, 1 stokje in de volgende 2 steken, *haak 2 lossen, sla 2 steken over, haak 1 stokje in de volgende 3 steken*. Herhaal van * tot * tot het einde van de rij. Alleen voor de grootste maat: haak nog 2 lossen, sla 2 steken over, haak 1 stokje in de 3e beginlosse van de vorige toer. Keer het werk.
· Alleen voor de grootste maat doe je dit op de volgende rij: haak 5 lossen (= 1 stokje + 2 lossen, ook in de volgende rijen), 1 stokje in de volgende 3 steken en volg dan verder het schema voor de kleinste maat.
· 4de rij: haak 3 keerlossen, haak 1 stokje op elk stokje en 2 stokjes in elke lossenruimte van 2 lossen. Keer het werk.
· 5de rij: haak 3 keerlossen, haak 1 stokje op elk stokje. Keer het werk.
· Volg verder schema 1 en herhaal rijen 3 tot en met 5 tot je 29 rijen hebt gedaan.
· Volg vanaf nu schema 3 om de minderingen te maken. Voor de grootste maten zijn de steken in het rood van toepassing.
· Volg verder het schema tot je de 35ste (38ste) rij gedaan hebt.
· Hecht de draad af en laat hem lang genoeg om later de schouders te kunnen dichtnaaien.
Mouwen
· Sluit de schoudernaden en doe dit aan de binnenkant van het werk. Steek de naald alleen door de buitenste lussen van de tegenoverelkaarliggende steken.
· Markeer het begin van het armsgat aan de zijkant van het voor- en rugpand. Dit is vanaf de 21ste (22ste) rij.
· Begin onderaan het armsgat. Naai eventueel eerst de zijnaden dicht. Hecht de draad aan en begin met 3 lossen (= eerste stokje). Haak in totaal 50 (55) stokjes rondom het armsgat waarvan 25 (28) op het voorpand en 25 (27) op het rugpand. Sluit met een halve vaste in de 3e beginlosse. We haken vanaf nu altijd in toeren, maar sluiten telkens met een halve vasten en keren na elke toer het werk.
· 2de toer: haak 3 lossen, haak een stokje in elke steek en sluit met een halve vaste in de 3e beginlosse van de vorige toer. Keer het werk.
· 3de toer: volg opnieuw schema 1 en sluit de toer met een halve vaste in de 3e beginlosse van de vorige toer. Je hebt 10 (11) groepjes van 3 stokjes en 10 (11) openingen van 2 lossen. Keer het werk.
· 4de toer: haak 3 lossen, haak 1 stokje in elk stokje en 2 stokjes in elke lossenruimte van 2 lossen. Sluit de toer met een halve vaste in de derde beginlosse van de vorige toer en keer het werk.
· 5de toer: haak 3 lossen, haak 1 stokje in elke steek van de vorige toer, sluit de toer met een halve vaste en keer het werk.
· Toer 6 tot en met 29 (32): herhaal telkens toeren 3 tot en met 5.
· Toer 30 (33): herhaal toer 4.
· Toer 31 (34): haak 3 lossen, *haak 2 stokjes samen, haak 1 stokje in de lossenruimte van 2 lossen*. Zorg ervoor dat je niet te los haakt in deze toer. Herhaal dit 9 (10) keer. Sluit met een halve vaste in de beginlosse van de vorige toer. Hecht de draad niet af, want we gaan verder met de mouwboordjes.
Mouwboordje
· Ga verder met de draad die nog aangehecht is aan de mouw en haak 4 lossen.
· 1e rij: haak een vaste in de 2e losse vanaf de haaknaald en haak nog 2 vasten in de overige lossen. Haak een halve vaste in de 2 volgende steken van toer 31 (34) van de mouw en keer het werk.
· 2e rij: haak vasten in de achterste lus van de volgende 3 steken en keer het werk.
· 3e rij: haak een keerlosse en haak vasten in de achterste lus van de volgende 3 steken en haak dan een halve vaste in de volgende 2 steken van toer 31 (34) van de mouw en keer het werk.
· 4e rij: haak vasten in de achterste lus van de volgende 3 steken en keer het werk.
· Herhaal rijen 3 en 4 totdat je helemaal rond bent en uitkomt bij de opzetketting.
· Haak de laatste rij samen met de opzetrij door middel van halve vasten.
· Hecht de draad af en maak de tweede mouw op dezelfde manier.
Afboording voorpanden en rugpand
· Naai eerst de zijnaden dicht.
· Hecht een draad aan onderaan het rechtervoorpand bij de zijnaad en start met 4 lossen en maak een ribbelboord zoals bij de mouwen. Ga langs de onderkant van het rechtervoorpand, dan via de zijkant van het voorpand naar boven, verder via de halslijn, weer naar beneden via het linkervoorpand, dan naar de onderkant van het linkervoorpand en de onderkant van het rugpand tot je weer uitkomt bij de opzet met lossen. Haak de laatste en de eerste rij samen zoals bij de mouw.
Afwerking
· Stop alle draadjes in.
Tips
· Indien je minder gaatjes wenst in je patroon kan je eventueel meer rijen inlassen met alleen stokjes.
· Indien je graag knoopjes hebt aan de boordjes kan je knoopsgaten maken als volgt: zodra je de 2e halve vaste hebt gemaakt aan de boord van het vest, haak je slechts 1 vaste in de achterste lus, dan haak je 2 lossen en nog een vaste in de laatste steek. Bij de volgende rij haak je in de lossenruimte gewoon 1 vaste. Zorg ervoor dat de knoopsgaten precies op gelijke afstand zijn van mekaar.
· Als je graag een grotere boord hebt aan de mouwen kan je in het begin bvb 8 lossen haken in plaats van 4.










