Selecteer je taal / Choisissez votre langue

Lucy - top down trui met hoge kraag 
in Twisty (& Apilou)

Met een beetje ervaring    

korte intro 


Maat

S (M-L-XL)

Dit heb je nodig

  • Rondbreinaald 6 mm - 100 cm
  • Rondbreinaald 3,5 mm - 100 cm

  • 11 (12-12-13) bollen Twisty
  • 1 bol Apilou paars
  • 1 wolnaald

  • Stekenmarkeerringen

   Twisty (50gr/60m)  

Stekenverhouding

10 x 10 cm = 14 steken en 21 rijen in tricotsteek met naalden 6 mm.

Gebruikte steken

Boordsteek 1/1

  • 1ste rij: afwisselend 1 rechte en 1 averechte steek breien.
  • 2de rij en alle volgende rijen: de steken breien zoals ze zich voordoen (recht boven recht en averecht boven averecht).

Rechte tricotsteek

  • 1ste rij: alle steken recht breien.
  • 2de rij: alle steken averecht breien.
  • Deze 2 rijen steeds herhalen.

Rechte tricotsteek in het rond 

  • Alle steken recht breien. 

Zo maak je het

Pas

·        Zet 36 (38 - 46 - 48) steken op met rondbreinaalden 6 mm en 1 draad Twisty en sluit voorlopig de kring niet. We gaan in de eerste rij stekenmarkeerders plaatsen die dienen als bakens om de verschillende panden aan te duiden. Lees ook best eerst de tips vooraleer je begint.

·        Start met breien in tricotsteek. Brei de eerste rij van de tricotsteek averecht en plaats tegelijkertijd na de eerste steek een stekenmarkeerder.

·        Plaats de volgende stekenmarkeerder na 4 (4 - 6 - 6) steken om de rechtermouw aan te duiden.

·        Plaats de volgende stekenmarkeerder na 26 (28 - 32 - 34) steken om het rugpand aan te duiden.

·        Plaats de volgende stekenmarkeerder na 4 (4 - 6 - 6) steken om de linkermouw aan te duiden.

·        Er blijft nu nog 1 steek over voor het voorpand.

·        Meerder in de volgende twee rijen telkens voor en na de stekenmarkeerder een steek. Je maakt dus per rij 8 steken bij.

·        Vanaf nu meerder je om de twee rijen voor en na elke stekenmarkeerder en telkens in de rij de je recht breit (zie tips). Tegelijkertijd zet je nu in de volgende rij aan weerszijden 0 (1 - 0 - 1) steken bij.

·        Zet dan 2 rijen verder aan weerszijden 2 (2 - 3 - 3) steken bij. Opgelet! Telkens om de twee rijen blijven meerderen voor en na de stekenmarkeerder.

·        Zet 2 rijen verder nog eens aan weerszijden 2 (2 - 3 - 3) steken bij.

·        Zet 2 rijen verder aan weerszijden 3 steken bij.

·        Zet in de volgende rij die je recht breit 10 (10 - 12 - 12) steken bij en sluit de cirkel om verder in toeren te breien (zie tips). Blijf verder om de 2 toeren de 8 meerderingen maken.

·        Zodra je voor het rugpand én voor het voorpand 60 (68 - 70 - 76) steken hebt, ga je niet meer om de 2 maar om de 4 toeren de meerderingen maken. Doe dit 4 (4 - 5 - 4) keer.

·        Als alle nek- en raglanmeerderingen uitgevoerd zijn, heb je een totaal van 228 (256 - 268 - 280) steken. Het rug- en voorpand hebben elk 68 (76 - 80 - 84) steken en de mouwen elk 46 (52 - 54 - 56) steken.

·        Brei verder zonder te meerderen tot een totale hoogte, gemeten vanaf de nek achteraan, van 23 (24 - 25 - 26) cm en splits vanaf nu de mouwen en het lijf. Doe dit als volgt:

·        Plaats de steken van de mouwen telkens op een wachtnaald en nadat je die steken opzij hebt geplaatst, zet je 8 (8 - 12 - 12) steken extra op voor de oksel. Plaats in het midden van deze bijgeplaatste steken een stekenmarkeerder om de denkbeeldige zijnaad aan te duiden.

Lijf

·        Brei verder over de steken van het rug- en voorpand. Je houdt voor het rug- en voorpand samen 152 (168 - 184 - 192) steken over. Rug- en voorpand hebben elk 76 (84 - 92 - 96) steken.

·        Brei verder tot een hoogte van 27 (28 - 29 - 30) cm, gemeten vanaf de splitsing tussen lijf en mouwen.

·        Vervang de naalden van 6 mm door naalden van 3,5 mm om in boordsteek 1/1 te breien en schakel over naar Apilou.  Maak per 3 steken telkens 1 steek bij. Brei 3 steken recht en meerderen kan je op twee manieren doen. Ofwel verdubbel je de derde steek, ofwel meerder je door het lusje tussen twee steken gedraaid te breien (= een meerdering uit een tussenlus of een M1 → zie tips).  Brei deze toer waarin je meerdert volledig recht en zorg dat je op het einde een even aantal steken hebt.

·        Brei 6 cm in boordsteek 1/1 en kant daarna de steken losjes af (zie tips).

Mouwen

·        Zet de weggeplaatste steken van een mouw terug op de rondbreinaald en raap op de plaats van de oksel 8 (8 - 12 - 12) steken op (zie tips). Laat bij het aanhechten een lang stuk draad hangen dat je kan gebruiken om achteraf eventuele gaatjes dicht te naaien. Plaats in het midden van deze steken een stekenmarkeerder. Je hebt dan 54 (60 - 66 - 68) steken.

·        Brei vanaf nu tricotsteek in het rond en indien je de tip ivm extra steken oprapen (zie onderaan) hebt toegepast, verminder die steken dan in de volgende toeren met een maximum van twee minderingen per toer. Doe dit best een vijftal steken voor en na de stekenmarkeerder.

·        Ga verder en minder in de 6e toer aan weerszijden van de stekenmarkeerder een steek en doe dit daarna nog eens 9 (9 - 12 - 13) keer om de 8 (6 - 6 - 8) toeren.

·        Na alle minderingen te hebben uitgevoerd, heb je 34 (40 - 40 - 40) steken over.

·        Brei verder tot een totale hoogte van 38 (41 - 46 - 47) cm.

·        Vervang de naalden van 6 mm door naalden van 3,5 mm om in boordsteek 1/1 te breien en schakel over naar Apilou. Brei de eerste toer recht en maak op ongeveer gelijke afstand van elkaar 16 (12 - 12 - 14) meerderingen. Zorg ervoor dat je zeker uitkomt op een even aantal steken. Je hebt nu 50 (52 - 52 - 54) steken.

·        Brei 6 cm in boordsteek 1/1 en kant daarna de steken losjes af.

Kraag

·        Raap met rondbreinaald 3,5 mm aan de hals, beginnende bij de raglan aan de rechterschouder achteraan, 132 (134 - 136 - 138) steken op en brei 10 cm in boordsteek 1/1.

·        Kant daarna de steken losjes af.

Afwerking

·        Stop alle draadjes in en naai eventueel de gaatjes onder de oksels dicht als die er zouden zijn.

Tips

·        Als je moet meerderen, kan je best op een blaadje de stand van het aantal meerderingen bijhouden.

·        Als je het proeflapje breit, doe dit dan met dezelfde breinaalden als die waarmee je het project gaat breien. Brei dit ook in het rond en zet bijv. 50 steken op, leg daarna het gebreide stuk plat en meet zo het aantal steken voor 10 cm.

·        Zodra je in toeren moet beginnen te breien, kan je best de magic loop-methode gebruiken. Indien je in het bezit bent van verschillende lengtes van kabels, is de langst mogelijke de beste keuze.

·        Als je na alle meerderingen merkt dat er ergens een foutje is gebeurd en er steken te weinig of te veel werden gemeerderd, werk die dan weg in de buurt van de raglan om het aantal correct te krijgen eer je het lijf van de mouwen gaat scheiden.

·        Terwijl je het lijf en de mouwen van elkaar scheidt, zou je kunnen opteren om een lifeline aan te brengen in de steken van het lijf. Als je enkele toeren verder bent, kan je de trui passen en indien hij te breed of te smal is, is het makkelijk om het werk weer uit te halen tot vlak voor de "scheiding" en steken bij te maken of te minderen daar waar nodig.

·        Als je steken los wil afkanten, kan je dit doen door een dikkere naald te gebruiken.

·        Als je de steken van de mouw verder gaat verwerken en je raapt in de oksel de 8 of 12 steken op, kan je net ervoor en net erna enkele steken extra oprapen die je wegmindert in de eerstvolgende toeren. Dit zorgt ervoor dat je achteraf in de oksels geen gaatjes hebt die je moet dichtnaaien.

·        Meerdering uit een tussenlus of M1 =

o    Kijk tussen twee steken: daar zit een horizontaal draadje = de tussenlus.

o   Steek je linkernaald van voren naar achteren onder dat draadje → je hebt nu een nieuwe steek op je linkernaald. Brei die steek recht, maar gedraaid:

§  Dus steek je rechternaald in de achterste lus van die steek.

§  Zo voorkom je een gaatje.