Selecteer je taal / Choisissez votre langue


Maat

One Size

Dit heb je nodig

  • Rondbreinaalden 6 mm - 100 cm
  • Rondbreinaalden 7 mm - 100 cm

  • Stekenmarkeerders

  • 1 wolnaald

  • 2 bollen Alice kleur lichtgrijs

  Alice (50gr/75m)  

Stekenverhouding

10 x 10 cm = 18 steken en 22 rijen in tricotsteek met rondbreinaalden 7 mm.

Gebruikte steken

Boordsteek 1/1

  • 1ste rij: afwisselend 1 rechte en 1 averechte steek breien.
  • 2de rij en alle volgende rijen: de steken breien zoals ze zich voordoen (recht boven recht en averecht boven averecht).

Rechte tricotsteek

  • 1ste rij: alle steken recht breien.
  • 2de rij: alle steken averecht breien.
  • Deze 2 rijen steeds herhalen.

Zo maak je het

Intro

Lees eerst de tips en gebruikte technieken onderaan deze werkbeschrijving zorgvuldig door. Dat maakt het uitvoeren van het project eenvoudiger zodra je aan de slag gaat.

 

Manchet

·        Zet met breinaalden 6 mm 30 (32 - 34 - 36) steken op en plaats in het begin van de toer een stekenmarkeerder (zie tips).

·        Brei 4 cm in boordsteek 1/1.

Hand

·        Ga verder met naalden 7 mm in rechte tricotsteek en maak op het einde van de toer 1 meerdering. Je hebt nu 31 (33 - 35 - 37) steken.

·        Brei nog 6 (7 - 8 - 9) toeren.

·        Brei 15 (16 - 17 - 18) steken en plaats een stekenmarkeerder. Maak nu een naar links leunende meerdering (zie onderaan bij "Gebruikte technieken"), brei 1 steek en maak dan een naar rechts leunende meerdering. Plaats vlak na deze meerdering opnieuw een stekenmarkeerder. Je hebt net 2 steken gemeerderd voor de duimspie. Tussen de twee stekenmarkeerders staan er nu voorlopig 3 steken (zie tips ivm gekleurde stekenmarkeerders).

·        Brei 1 toer zonder meerderingen.

·        Maak nu weer een toer met meerderingen en doe dit als volgt: brei tot aan de eerste stekenmarkeerder, verplaats hem en maak een naar links leunende meerdering, brei verder tot aan de volgende stekenmarkeerder, maak een naar rechts leunende meerdering en verplaats opnieuw de stekenmarkeerder. Brei de toer verder uit.

·        Brei vervolgens 2 toeren zonder meerderingen.

·        Ga zo verder en maak om de drie toeren een meerdertoer. Brei dus tussen de meerdertoeren telkens 2 toeren zonder meerderingen. Doe dit totdat je tussen de stekenmarkeerders voor de duimspie 11 (13 - 13 - 15) steken hebt.

·        Plaats in de volgende toer de 11 (13 - 13 - 15) steken van de duimspie op een stuk draad in wacht. Verwijder de stekenmarkeerders.

·        Maak in de volgende toer 1 steek bij op de plaats waar je de steken voor de duim geparkeerd hebt. Je hebt nu 31 (33 - 35 - 37) steken.

·        Brei verder tot het werk de top van de pink bereikt of tot het stuk in tricotsteek 16 (17,5 - 18,5 - 20) cm hoog is.

·        Minder in de volgende toer 3 (1 - 3 - 1) steek/steken en als het om 3 steken gaat, dan best ongeveer op gelijke afstand van elkaar. Je houdt nog 28 (32 - 32 - 36) steken over.

·        Brei in de volgende toer *5 (6 - 6 - 7) steken, 2 steken samen*. Herhaal wat tussen * en * staat tot het einde van de toer.

·        Brei de volgende toer zonder minderingen.

·        Brei in de volgende toer *4 (5 - 5 - 6) steken, 2 steken samen*. Herhaal wat tussen * en * staat tot het einde van de toer.

·        Maak deze minderingen vanaf nu in elke toer en telkens met 1 steek minder dan in de vorige toer.

·        Ga verder tot je in totaal nog 4 steken over hebt.

·        Hecht de draad af, maar laat een stuk van ongeveer 15 cm hangen. Haal de draad door de overblijvende 4 steken, steek hem door het gaatje in het midden naar binnen toe en trek hem goed aan. Stop aan de binnenkant van het werk de draad in.

Duim

·        Raap met rondbreinaalden 7 mm de steken op die in wacht stonden.

·        Maak een extra steek tussen de eerste en de laatste steek en brei toeren totdat het werk tot halverwege de duimnagel komt of tot op een hoogte van 4 (4,5 - 5 - 5) cm.

·        Verdeel op ongeveer gelijke afstand 3 minderingen door 3 keer 2 steken samen te breien.

·        Brei de volgende toer zonder minderingen.

·        Maak in de volgende toeren telkens 3 minderingen tot er nog 3 (5 - 5 - 4) steken over zijn.

·        Hecht de draad af, maar laat een stuk van ongeveer 15 cm hangen. Haal de draad door de overblijvende steken, steek hem door het gaatje in het midden naar binnen toe en trek hem goed aan. Stop aan de binnenkant van het werk de draad in.

Afwerking

·        Span de wanten op een yogamatje op, bevochtig ze met een plantenspuit en laat ze 24 uur aan de lucht drogen.

·        Stop de resterende draadjes in en naai bij de opzet van de duim de gaatjes weg. Je kan dit op een onzichtbare manier doen door langs de buitenkant extra steken bovenop het werk te mazen.

Tips

·        Als je geen ervaring hebt met de magic loop methode kan je op de site van Veritas de tutorial bekijken: "Rondbreien met weinig steken - Magic loop".

·        Als je steken opzet met een rondbreinaald, kan je een extra steek opzetten. Verplaats de laatste steek naar de naald bij de eerste steek en brei die samen met de eerste steek om te vermijden dat je een putje krijgt in de opzetrand.

Gebruik twee verschillende kleuren stekenmarkeerders, een om het begin van de toer aan te duiden en dan twee van dezelfde kleur om het begin en einde van de duimspie aan te duiden.

Gebruikte technieken: 

Magic loop methode met de rondbreinaalden (zie tips)

  • Zet het nodige aantal steken op en schuif alle steken naar het flexibele stuk, de kabel, tussen de twee naalden.
  • Plooi de kabel dubbel, ongeveer in het midden van het aantal steken, en haal het stuk waar de kabel geplooid zit tussen twee steken naar buiten, terwijl je de twee stukken kabel evenwijdig met elkaar houdt.
  • Schuif dan alle steken op de twee naaldjes, zorg ervoor dat de opzetrand overal mooi naar beneden is gedraaid, trek de naald waar de draad aanhangt eruit en begin de steken op de andere naald te breien. Schuif op het einde de steken door en brei zo ook de andere helft.

Meerderingen

  • Naar links leunende meerdering: haal met de linkernaald van voor naar achter de lus op die zich bevindt tussen de steek op de linkernaald en die op de rechternaald. Brei deze steek gedraaid, zodat ze geen gaatje vormt.
  • Naar rechts leunende meerdering: haal met de linkernaald van achter naar voor de lus op die zich bevindt tussen de steek op de linkernaald en die op de rechternaald. Brei deze steek gedraaid, zodat ze geen gaatje vormt.