Voor de Leergierige beginners

Je kent het principe: één patroon per week en een mooie beloning op het einde van de Challenge! Deze week verzamel je je materiaal, kijk je even hoe het met je breivaardigheden staat en/of schaaf je ze bij dankzij onze tutorials …

Volgende week beginnen we er écht aan!

Download de werkomschrijving: 
PDF icon 43119_NL.pdf
Deel dit op: 

Hoe maak je het?

Dit heb je nodig
Zo ga je te werk
Wat moet je kunnen?
Extra weetjes over de kwaliteiten
Waarom een proeflapje?
Steken herkennen
Dit heb je nodig
Cosy plaid

Plaid met 3 vierkanten van elke kwaliteit

  • Breinaald 5 mm
  • Breinaald 6 mm
  • Breinaald 8 mm
  • Wolnaald van prym
  • Garens
    • Apilou medium: 3 bollen
    • Andes: 9 bollen 
    • Sham: 3 bollen
    • Cloud: 3 bollen
  • Kopspeldjes en yogamatje om de vierkanten op te spannen

 

Cosy plaid XL

Plaid met 5 vierkanten van elke kwaliteit

  • Breinaald 5 mm

  • Breinaald 6 mm
  • Breinaald 8 mmWolnaald van prym
  • Garens
    • Apilou medium: 5 bollen
    • Andes: 15 bollen 
    • Sham: 5 bollen
    • Cloud: 5 bollen
  • Kopspeldjes en yogamatje om de vierkanten op te spannen
Zo ga je te werk
  • Dit is een nieuwe Challenge: 10 weken lang krijg je elke week de werkbeschrijving van een andere steek. We beginnen makkelijk en verhogen het niveau geleidelijk.
  • Je kunt de Cosy plaid in verschillende kwaliteiten en kleuren breien, maar wij kozen voor ecru.
  • In ons voorbeeld gebruikten we 4 kwaliteiten: Apilou medium, Sham, Andes en Cloud.
  • Elke week geven we de stekenverhouding voor elk van de 4 kwaliteiten.
  • Opgelet, iedereen breit anders: begin altijd met een proeflapje.
  • We leggen de steken uit met tekst. Voor complexere steken voegen we een tekening toe: dat is de beste manier om nieuwe breitechnieken te leren. Op ons YouTube-kanaal komt er ook elke week een nieuw filmpje bij waarin je het vierkant van die week stap voor stap uitgelegd krijgt. 
Wat moet je kunnen?
  • Eigenlijk helemaal niets. Elke week krijg je de uitleg, stap voor stap, in tekst, tekening en een filmpje.
  • Handig is het als je al rechte en averechte steken kunt breien en steken kunt opzetten en afkanten. Als je dat nog niet helemaal onder de knie hebt, bekijk dan onze filmpjes. Daarin tonen we je hoe het moet. 

Je bent te snel gegaan en hebt te veel vierkanten? Je wilt wel deelnemen aan de Challenge, maar het mag iets minder zijn? Met 2 vierkanten heb je al een kussen!

Extra weetjes over de kwaliteiten
Cloud – naald 8 mm

Cloud is een iets harige wolsoort, met lurex. Een beetje moeilijker om te breien, maar wel met een superzacht en wollig resultaat!

Sham – naald 6 mm

Sham is een iets harige wolsoort. Eveneens wat moeilijker om te breien, maar wel met een superzacht en wollig resultaat.

Apilou medium – naald 5 mm

Voor Apilou medium heb je de fijnste naalden nodig en dus ook meer steken en rijen. Maar het grafische resultaat maakt alles goed.

Andes – naald 6 mm

Iets ruwer, maar met een mooie grafische uitwerking.

Waarom een proeflapje?

Voor de plaid zijn er vierkanten van 40x40 cm nodig, we geven je de stekenverhouding. Maar omdat iedereen anders breit en alle steken en kwaliteiten anders zijn, maak je beter een proeflapje. Anders is het daarna moeilijker om de plaid aan elkaar te zetten en zullen de lapjes niet mooi op elkaar aansluiten.

Brei een proeflapje met een aantal steken en rijen, zorg dat het zeker groter is dan 10x10 cm. Meet dan na hoeveel steken 10 cm breedte telt en hoeveel rijen 10 cm hoogte.

Deze stap is SUPERbelangrijk! Een proeflapje dient om je eigen stekenverhouding te meten. Deze verhouding moet overeenkomen met die uit de werkbeschrijving zodat je werk de juiste afmetingen krijgt en niet te klein of te groot wordt. Als je eigen stekenverhouding afwijkt, brei dan nieuwe proeflapjes met dunnere of dikkere breinaalden tot de verhouding goed zit. Klopt het nog steeds niet of gebruik je een andere wol, kies dan voor een stekenverhouding waarbij het aantal steken klopt, zonder naar het juiste aantal rijen te kijken. Het is een stuk makkelijker om zelf de hoogte van je breiwerk aan te passen door meer of minder rijen te breien.

Steken herkennen

Om het patroon goed te kunnen volgen, is het handig dat je de steken kunt herkennen. Als je de tel van het aantal rijen kwijt bent, kun je zo zelf proberen te achterhalen waar je zat. Kijk altijd naar de kant van het breiwerk waar je de steken gaat breien, want aan de ene kant ziet een rechte steek eruit als een v’tje maar aan de andere kant ziet dezelfde steek eruit als een brugje. Kijk ook altijd naar de steek vlak onder de lus van de steek die je gaat breien. 

Rechte steek: ‘v-tje’ direct onder het lusje dat op de naald staat. Als je een rechte steek breit, wordt namelijk het lusje op de rechternaald van achteren naar voren door de voorgaande steek getrokken.

Averechte steek: boogje (brugje) direct onder het lusje dat op de naald staat. Als je een averechte steek breit, wordt namelijk het lusje op de rechternaald van voren naar achteren door de voorgaande steek getrokken.

Onze Tricot Challenge in het kort
  • 10 weken lang elke week een nieuwe steek. Uitleg in tekst én een filmpje te vinden op ons YouTube-kanaal.
  • In de 11de week krijg je de uitleg over de afwerking en het in elkaar zetten van de Cosy plaid.
  • Voor de Cosy plaid brei je elk vierkant 1 keer en met je favoriete steek nog 2 extra vierkanten. Voor de Cosy plaid XL brei je 20 vierkanten. 
  • Basiskennis van breien is niet nodig maar wel handig.
  • Twee versies: Cosy plaid en Cosy plaid XL (zie voor de benodigdheden bij de intro).
  • Iedereen breit anders, maak altijd een proeflapje.
  • Probeer de steken te herkennen; recht is een v’tje, averecht is een brugje.
  • Deel je creatie met #tricotchallenge en join onze Tricot Challenge community in onze Facebookgroep Veritas Tricot Challenge.