Voor de Makers met ervaring

Deze week doen we het anders, we beginnen met een cirkel en maken zo een vierkantje… De steken die we gebruiken, die ken je al: stokjes.

Download de werkomschrijving: 
PDF icon 41677_NL.pdf
Deel dit op: 

Hoe maak je het?

In dit vierkantje worden stokjes gehaakt in een cirkel. In totaal worden er 5 toeren gehaakt.

Bij het haken in het rond wordt er vaak een halve vaste steek gebruikt om de laatste en de eerste steek van een toer met elkaar te verbinden, dit doe je zo: steek de naald in de eerste steek van de ketting of toer, sla de draad om de naald en haal deze in één keer door beide lussen.

Haak 5 lossen en sluit de cirkel met een halve vaste.

Toer 1: haak 3 lossen (telt als 1ste stokje) en haak dan nog 19 stokjes. Sluit de toer met een halve vaste in de derde losse van de eerste 3 lossen. Je hebt nu 20 stokjes in een cirkel.

Tip: als je niet graag draadjes instopt, kun je je begindraad al mee inhaken in de eerste toer.

Toer 2: haak 3 lossen (telt als het eerste stokje), haak in de volgende 2 stokjes een stokje, *5 stokjes in het volgende stokje, 1 stokje in de volgende 4 stokjes*, herhaal nog 2x van * tot *, na de laatste hoek nog 1 stokje haken, eindig met een halve vaste in de derde losse van de eerste 3 lossen om de toer te sluiten. Tel je stokjes na of je zeker ook 4 stokjes tussen de hoeken telt.

Toer 3: haak 3 lossen (telt als het eerste stokje), haak in de volgende 4 stokjes een stokje, *5 stokjes in het volgende stokje, 1 stokje in de volgende 8 stokjes*, herhaal nog 2x van * tot *, na de laatste hoek nog 3 stokjes haken, eindig met een halve vaste in de derde losse van de eerste 3 lossen om de toer te sluiten. Tel je stokjes na of je zeker ook 8 stokjes tussen de hoeken telt.

Toer 4: haak 3 lossen (telt als het eerste stokje), haak in de volgende 6 stokjes een stokje, *5 stokjes in het volgende stokje, 1 stokje in de volgende 12 stokjes*, herhaal nog 2x van * tot *, na de laatste hoek nog 5 stokjes haken, eindig met een halve vaste in de derde losse van de eerste 3 lossen om de toer te sluiten. Tel je stokjes na of je zeker ook 12 stokjes tussen de hoeken telt.

Toer 5: haak 3 lossen (telt als het eerste stokje), haak in de volgende 8 stokjes een stokje, *5 stokjes in het volgende stokje, 1 stokje in de volgende 16 stokjes*, herhaal nog 2x van * tot *, na de laatste hoek nog 7 stokjes haken, eindig met een halve vaste in de derde losse van de eerste 3 lossen om de toer te sluiten. Tel je stokjes na tussen de hoeken zodat je 16 stokjes telt.

Haak nog 8 dezelfde vierkantjes, telkens in een andere kleur of in een andere garencombinatie.

  • Zie filmpje Geribbeld vierkantje
  • Zie ook het telpatroon

Onze Crochet Challenge in het kort
  • 11 weken lang elke week één haakpatroon van een vierkantje. Uitleg in symbolen, tekst én een filmpje.
  • In de 12de week volgt de uitleg over de afwerking en het in elkaar zetten van de plaid.
  • Elk vierkantje moet 9 keer gehaakt worden, telkens in een andere kleur.
  • In totaal heb je 96 gehaakte vierkantjes nodig.
  • Basiskennis van haken is aanbevolen (lossen, vasten en stokjes), maar niet vereist.
  • Twee versies: basic en luxe (zie voor de benodigdheden bij de Intro).
  • Leer de symbolen! Die worden alsmaar belangrijker in het begrijpen van de patronen.

 

Veerle Van Reusel

Expert DIY