Voor de Leergierige beginners - Breien & haken

Dochterlief wil ook zo’n hippe debardeur? Brei ’m met wol Colette in haar favoriete kleur en je scoort meteen.

Download de werkomschrijving: 
PDF icon 50375_NL.pdf
Deel dit op: 

Hoe maak je het?

Stap 1
maat
  • 10 (12–14) jaar
Stap 2
dit heb je nodig
  • 6 (6–7) bollen Colette: 2000010252503
  • Breinaalden 40 cm – 6 mm van Prym: 2000001020975
  • Wolnaald van Prym: 2000003204243
  • Markeerringen van Prym: 2000001431993
  • Stekenhouder van Prym: 2000001020777
Stap 3
gebruikte steken
  • Boordsteek 1/1
  • 1e rij: afwisselend 1 rechte en 1 averechte steek breien.
  • 2e en alle volgende rijen: de steken breien zoals ze zich voordoen (recht boven recht en averecht boven averecht)
     
  • Halve patentsteek
  • Zet een oneven aantal steken op.
  • 1e rij: afwisselend 1 averechte en 1 rechte steek breien. Belangrijk is met averecht te beginnen. Dit is een voorbereidende rij.
  • 2e rij: brei 1 steek recht, breng de draad naar de voorkant alsof je averecht zou breien en haal de volgende steek averecht af. Brei de volgende steek recht maar breng de draad over de naald naar de achterkant zodat je een omslag maakt die over de afgehaalde steek heen ligt. Herhaal tot het einde van de rij.
  • 3e rij: brei 1 steek averecht, brei de volgende steek recht samen met de lus die eroverheen ligt. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 2 en 3 om beurten.
  • Begin en eindig elke heengaande rij met een averechte steek. Begin en eindig elke teruggaande rij met een rechte steek.
Stap 4
stekenverhouding
  • 10 x 10 cm = 16 steken x 30 rijen met breinaalden 6 mm in halve patentsteek.
Stap 5
zo maak je het
  • Rugpand
  • Zet 67 (71–75) steken op en brei 4 rijen in boordsteek 1/1. Begin en eindig elke rij (aan de twee kanten van het werk dus) met een kantsteek die je telkens recht breit. De eerste rij begin je dus als volgt: 1 (rechte) kantsteek, 1 steek averecht, 1 steek recht, enzovoort. De laatste steek van de rij brei je altijd recht.
  • Ga na deze vier rijen verder in halve patentsteek en begin bij de tweede rij (zie gebruikte steken). De voorbereidende rij heb je immers al gemaakt.
  • Brei tot een totale hoogte van 32 (33–34) cm en plaats aan weerszijden een stekenmarkeerder om het begin van het armsgat aan te duiden. 
  • Vanaf nu ga je telkens de eerste steek van elke rij afhalen zonder te breien en de laatste steek van de rij recht breien. Doe dit zowel in de heen- als de teruggaande rijen. Op deze manier krijg je een mooie rand aan het armsgat.
  • Brei verder tot een totale hoogte van 48 (50–52) cm en kant voor de schouders aan weerszijden om de 2 rijen 4 steken af aan de buitenkant van de schouders. Doe dit tot er in het midden nog 43 (39–43) steken overblijven. 
  • Kant op een totale hoogte van 51 (53–55) cm een laatste keer 3 (1–2) steken aan weerszijden af en zet de overgebleven 37 (37–39) steken van de hals op een stekenhouder.
     
  • Voorpand
  • Brei dit op dezelfde manier als het rugpand.
     
  • Afwerking
  • Plaats de steken van het rugpand op een breinaald, plaats daarna de steken van het voorpand erbij en allebei met de goede kanten naar je toe.
  • Brei de steken van het voorpand in boordsteek 1/1 (dus niet meer in halve patentsteek) en verdubbel de laatste steek. Dit doe je om het stekenpatroon te doen uitkomen als je de twee panden samenvoegt. 
  • Maak op het einde van de rij van het rugpand ook een extra steek om bij het in mekaar mazen een onzichtbare naad te creëren. 
  • Kant na 8 rijen de steken heel losjes af. Om een extra losse afkanting te verkrijgen kan je als volgt te werk gaan. Brei de eerste steek, maak een omslag, brei de volgende steek en haal eerst de omslag, dan de eerste steek over de laatst gebreide steek. Maak weer een omslag, brei een steek en weer de omslag en vorige steek overhalen. Ga zo voort tot het einde van de rij.
  • Maas de zijkant van de kraag dicht en dan de schoudernaden. 
  • Keer het werk binnenstebuiten en naai de afkantrij van de kraag aan de binnenkant vast aan de laatste rij van de halve patentsteek. Trek de draad niet te fel aan om de kraag elastisch te houden. Gebruik telkens de twee ‘beentjes’ van de rechte steek om de steken vast te zetten. (Als je de tussenliggende averechte steken hiervoor zou gebruiken gaat de naad zichtbaar zijn aan de buitenkant.)
  • Maas de zijkanten dicht beginnende aan de boord onderaan tot aan de stekenmarkeerders.
  • Sluit de zijnaden en stop de draadjes in.
     
  • Tips
  • Vermits het voor- en rugpand gelijk zijn aan elkaar zou je ze tegelijkertijd kunnen breien. Dit is zeker handig als je geen te grote maat moet breien en niet té veel steken op je breinaald hebt staan. Als je de afkantingen gedaan hebt voor de schouders kan je zo in één keer voort met het breien van het kraagje zonder dat je daarvoor steken moet overzetten op een andere breinaald (indien je ze toch apart zou breien).
  • Vooraleer je begint aan het naar binnen naaien van het kraagje kan je door de rij vlak onder de rij waar je moet vastnaaien een driegdraad trekken in contrastkleur. Zo vind je de juiste rij makkelijker tijdens het naaien.  
  • Als je het kraagje afgekant hebt, knip dan de draad niet te kort af zodat je die kan gebruiken om de naad van het kraagje en de schouders te mazen. Bij het opzetten van je werk kan je de draad ook lang genoeg nemen om er daarna de zijkanten mee dicht te mazen.