Voor de Makers met ervaring - Breien & haken - Lange duurtijd

Cardiganfan? Dan is dit exemplaar iets voor jou. Een uitdaging, door zijn kabelpatroon, maar met een schitterend resultaat.

Download de werkomschrijving: 
PDF icon 44561_NL.pdf
Deel dit op: 

Wat heb je nodig?

/stuk
Aantal: 16

Stappenplan

Bij je bestelling sturen we je een werkbeschrijving mee die je stap voor stap uitlegt hoe je dit idee kunt maken. Kies hieronder de taal waarin je dit stappenplan wenst te ontvangen.

Vergeet zeker niet…

/stuk

/stuk

/stuk

Ga zelf aan de slag met de Atelier box

Eventuele kortingen worden verrekend in het winkelmandje.
  • 16 x

Hoe maak je het?

BASISTECHNIEKEN
Ribbels: heeng nld en terugg nld rechte s breien.
Boordpatroon: 2 s recht, 2 s averecht afwisselend breien.
Tricotsteek: heeng nld rechte s, terugg nld av s breien.
Kabelpatroon: aantal s deelbaar door 32: volgens breischema breien. De getallen rechtsbuiten geven de heeng nld aan, in de terugg nld de s en omslagen av breien resp. volgens de uitleg van de tekentjes. De exacte indeling in de breedte staat in de instructies. In de hoogte de 1e – 38e nld 1x breien, dan de 3e – 38e nld herhalen.
Zichtbare mindering naar links: na de kants 2 s overgehaald
samenbreien (= 1 s recht afhalen, 1 s recht breien, dan de afgehaalde s overhalen).
Zichtbare mindering naar rechts: vóór de kants 2 s recht samenbreien.

PROEFLAPJE
Tricotsteek met nld 4 mm: 22 s en 30 nld = 10 x 10 cm.
Kabelpatroon met nld 4 mm: 26 s en 30 nld = 10 x 10 cm.
Als het proeflapje afwijkt, met dikkere of dunnere naalden breien.

 

Achterpand

132/148/164 s opzetten en voor de boord met 1 terugg nld beginnen en in boordpatroon breien, daarbij het boordpatroon na de kants met 1 s recht beginnen en vóór de kants met 1 s recht eindigen. Na 8 cm boord met 1 heeng nld beginnen en in de volgende indeling verder breien: kants, 1 s tricotsteek, 128/144/160 s kabelpatroon, daarbij het patroongedeelte 4/4/5x breien, bij maat 42/44 nog 1x de 16 s van het begin tot de pijl breien, 1 s tricotsteek, kants. Voor de armsgaten na 40/38/35 cm vanaf boord aan weerszijden 5 s afkanten. Dan in elke volgende 2e nld nog 1x 3 s, 1/1/2x 2 s en 5/6/6x 1 s afkanten = 102/116/128 s. Na 18/21/24 cm voor het armsgat tegelijkertijd met de schouders en de halsrand beginnen. Voor de schouders bij de buitenranden 11/12/15 s, dan in elke volgende 2e nld nog 2x 11/13/14 s afkanten. Voor de halsrand de middelste 20/24/26 s afkanten en beide kanten apart verder breien. Bij de binnenrand voor de ronding in elke volgende 2e nld nog 1x 5 s en 1x 3 s afkanten.

Linkervoorpand

69/77/85 s opzetten en voor de boord met 1 terugg nld beginnen en in de volgende indeling breien: voor de voorste bies kants en 4 ribbelsteken breien, 63/71/79 s boordpatroon, daarbij met 2 s averecht beginnen en met 1 s recht eindigen, kants. Na 8 cm boord in de laatste terugg nld na de ribbelsteken en vóór de kants/vóór de kants/na de ribbelsteken en vóór de kants 1 s gedraaid bij het dwarsdraadje meerderen = 71/78/87 s. Nu met 1 heeng nld beginnen en in de volgende indeling verder breien: kants, 1 s tricotsteek, 64/64/80 s kabelpatroon, daarbij bij maat 36/38 het patroongedeelte 2x breien, bij maat 42/44 eerst 1x de 16 s van pijl tot het einde van het patroongedeelte breien, dan het patroongedeelte 1x breien en nog 1x de 16 s van het begin van het patroongedeelte tot de pijl breien, bij maat 48/50 het patroongedeelte 2x breien en nog 1x de 16 s van het begin van het patroongedeelte tot de pijl breien, 0/7/0 s tricotsteek, voor de voorste bies nog 4 ribbelsteken en kants breien. De s voor de armsgat en de schouder bij de rechterrand op dezelfde hoogte als bij het achterpand afkanten. Bij de resterende 23/24/26 s voor de aangebreide kraag verder breien, daarbij de eerste 18/19/21 s tricotsteek breien, de laatste 5 s voor de bies net als tevoren breien. Na 7/7,5/8 cm voor de kraag de s op 1 hulpnld leggen.

Rechtervoorpand

Net als het linkervoorpand breien, maar de s in spiegelbeeld indelen: kants, 63/71/79 s boordpatroon, daarbij met 1 s recht beginnen en met 2 s averecht eindigen, voor de voorste bies 4 ribbelsteken en kants breien. Na de boord de s als volgt indelen: voor de voorste bies kants en 4 ribbelsteken, 0/7/0 s tricotsteek, 64/64/80 s kabelpatroon, daarbij bij maat 36/38 het patroongedeelte 2x breien/bij maat 42/44 eerst 1x de 16 s van de pijl tot het einde van het patroongedeelte breien, dan het patroongedeelte 1x breien, eindigen met de 16 s van het begin van het patroongedeelte tot de pijl/bij maat 48/50 de 16 s van de pijl tot het einde van het patroongedeelte 1x breien, dan het patroongedeelte nog 2x breien, 1 s tricotsteek, kants.

1e mouw

60/64/72 s opzetten en de boord net als bij het achterpand breien, daarbij in de laatste nld van de boord aan weerszijden de kants 1/1/0 s gedraaid bij het dwarsdraadje meerderen = 62/66/72 s. Dan in de volgende indeling verder breien: kants, 6/8/11 s tricotsteek, 48 s kabelpatroon, daarbij 1x de 32 s van het patroongedeelte en nog 1x de 16 s van het begin van het patroongedeelte tot de pijl breien, 6/8/11 s
tricotsteek, kants. Voor de schuine randen vanaf de boord aan weerszijden 7x in elke 10e nld en 4x in elke 8e nld/3x in elke 8e nld en 13x in elke 6e nld/9x in elke 6e nld en 11x in elke 4e nld 1 s meerderen = 84/98/112 s. De gemeerderde s in tricotsteek breien. Na 37/36/34 cm vanaf boord voor de mouwkop aan weerszijden 5 s afkanten. Dan in elke 2e nld 1x 3 s, 1/1/2x 2 s afkanten. Dan 20/21/21 x in elke volgende 2e nld bij de rechterrand 1 zichtbare mindering naar links, bij de linkerrand 1 zichtbare mindering naar rechts breien. Dan weer in elke 2e nld 1/3/5x 2 s, 1x 3 s en dan de resterende 14/18/20 s in één keer afkanten.

2e mouw

Net als de 1e mouw breien.

AFWERKING

Delen spannen, vochtig maken en laten drogen. De zijnaden, mouwnaden en schoudernaden sluiten. De s van de hulpnld (= kraag) tegen elkaar leggen en in maassteek met elkaar verbinden. De binnenrand van de kraag bij de achterste halsrand vastnaaien. Mouwen inzetten. Voorste bies naar binnen omvouwen en vastnaaien.