You are here

Jongensmuts Boston

DIT HEB JE NODIG

  • Boston, 
    voor de trui: 450g en
    voor de muts: 100g middelgrijs gemêleerd color nr. 00092.
  • Van Prym:
    2 breinld. nr. 7-8 en nr. 8-9 en
    1 rondbreinaald, 40 cm lang, nr. 7-8;
    bovendien voor de muts ook 5 breinaalden met dubbele punt nr. 8-9. 

MOEILIJKHEIDSGRAAD

basiskennis vereist

MAATTABEL VOOR DE TRUI

Maat 128/134

Achter- en voorpand

Breedte onder (cm)                              44

Hoogte tot begin armsgat (cm)           32

Armsgat, breedte (cm)                          3,5

Armsgat, hoogte (cm)                          17       

Schouder, breedte (cm)                       11

Hals, breedte (cm)                               15

Hals voorpand, diepte (cm)                   3

Totale hoogte (cm)                               49

Mouwen

Breedte onder (cm)                              21

Breedte boven (cm)                              34

Totale lengte (cm)                                37

GEBRUIKTE STEKEN

  • Boordpatroon: afwisselend 2 s. recht, 2 s. av. breien [zie ook het telpatroon onder de streeplijn].
  • Bij de trui het motief met 1 terugg. nld. beginnen. Het motief is zó getekend, zoals de s. zich voordoen op de voorkant van het werk. De heeng. nld. van rechts naar links, de terugg. nld. van links naar rechts lezen.
  • Bij de muts in toeren breien en elke toer van rechts naar links lezen.
  • Na de 1e en 2e nld./toer herh.
  • Honingraatmotief:
    bij de trui in heeng. en terugg. nld. volgens telpatroon boven de gearceerde lijn breien. Het motief is zó getekend, zoals de s. zich voordoen op de voorkant van het werk. De heeng. nld. van rechts naar links, de terugg. nld. van links naar rechts lezen.
  • Bij de muts in toeren volgens de telte­kening breien. Elke toer van rechts naar links lezen.
  • De 1e t/m 12e nld./toer herh.

STEKENVERHOUDING

met nld. nr. 8-9 in honingraatmotief: 12 s. en 18 nld./toeren = 10 x 10 cm.

ZO MAAK JE HET - trui

Achterpand

  1. 54 s. met nld. nr. 7-8 opzetten en in boordpatroon breien, hierbij de 1e nld. [= terugg.] met kants. en 1 s. av. beginnen, dan afwisselend 2 s. recht, 2 s. av. breien en met 2 s. recht, 1 s. av., kants. eindigen.
  2. Op 6 cm boordhoogte met 1 terugg. nld. eindigen en dan verder breien met nld. nr. 8-9 in het honingraatmotief. Hierbij als getekend beginnen, dan 12x het pg. van 4 s. breien en als getekend eindigen.
  3. Op 32 cm hoogte voor de armsgaten aan weerskanten 4 s. afkanten = 46 s.
  4. Op 49 cm hoogte alle s. afkanten.

Voorpand

  1. breien zoals het achterpand; echter voor de hals op 46 cm hoogte de middelste 12 s. afkanten en elk schouderdeel apart breien. Hierbij telkens aan de halsrand in elke 2e nld. nog 1x 2 s. en 1x 1 s. afkanten.
  2. Op 49 cm hoogte de resterende 14 s. voor elke schouder afkanten.

Mouwen

  1. 26 s. met nld. nr. 7-8 opzetten en in boordpatroon breien, hierbij de 1e nld. [= terugg.] met kants. en 1 s. av. beginnen, dan afwisselend 2 s. recht, 2 s. av. breien en met 2 s. recht, 1 s. av., kants. eindigen.
  2. Op 6 cm boordhoogte eindigen met 1 terugg. nld. en dan verder breien met nld. nr. 8-9 in het honingraatmotief. Hierbij als getekend beginnen, dan 5x het pg. van 4 s. breien en als getekend eindigen.
  3. Tevens aan weerskanten van de mouw in de 7e nld. na de boord 1x 1 s. en dan in elke 6e nld. 7x 1 s. meerderen = 42 s.
  4. Op 37 cm hoogte alle s. afkanten.
  5. De 2e mouw hetzelfde breien.

Afwerking

  1. De panden opspannen, bevochtigen en laten drogen.
  2. De schoudernaden sluiten, de mouwen innaaien, hierbij de met * gemerkte punten in de maatschema‘s bij elkaar laten komen en dan mouwen zijnaden sluiten.
  3. Voor de halsbies met rondbreinld. nr. 7-8 ca. 44 s. breiend opnemen uit de buitenste rand van de hals en in boordpatroon breien. Op 3 cm boord­hoogte alle s. afkanten.

ZO MAAK JE HET - muts

  1. Voor ca. 40 tot 43 cm, 44 tot 47 cm en 48 tot 51 cm hoofdomvang.
  2. Met de rondbreinld. 7-8 48-52-56 s. opzetten, de toer sluiten en in boordpatroon breien, hierbij elke toer met 1 s. av. beginnen, dan afwisselend 2 s. recht, 2 s. av. breien en met 2 s. recht, 1 s. av. eindigen.
  3. Op 3 cm hoogte verder werken op de nld. met breinaalden dubbele punt nr. 8-9 in het honingraat­motief, hierbij 12x-13x-14x het pg. van 4 s. breien en in de 1e toer op elk van de 4 nld. 12-13-14 s. breien.
  4. Na 18-24-30 toeren [= 10-13-16,5 cm in motief] verder werken in boordpatroon. De 1e toer van het boordpatroon begint met 1 s. recht.-1 s. av.-1 s. recht.
  5. Voor de minderingen in de 6e-4e-2e toer van het boordpatroon telkens de 2 av. s. av. samenbreien = 36-39-42 s. en af­wisselend 2 s. recht, 1 s. av. In de volgende 2e toer elke 1e recht gebreide s. met de av. s. ervoor recht samenbreien = 24-26-28 s.
  6. In de volgende toer 12x-13x-14x 2 s. recht samen­breien. Daarna de werkdraad afknippen, door de resterende 12-13-14 s. rijgen en de s. bij elkaar trekken. De draad afhechten.
  7. Mutshoogte: ca. 18-20-22 cm.
  8. Een pompon met een doorsnee van ca. 5-6-6 cm maken en bovenop de muts vastzetten.

telpatoon jongensvest en muts Boston