De techniek van sokken breien

• 1 bol wol Regia Summer Trend. 100 gr.blauw (col.62822) OF grijs (col.62824).
• 1 set van 5 sokkenbreinaalden nr. 2,5

STEKENVERHOUDING

In tricotsteek: 30 st. en 42 nld./tr. = 10 x10 cm
 

WERKBESCHRIJVING

Bij het opzetten de steken gelijkmatig of volgens opgave in de beschrijving over 4 naalden verdelen.
De toerwisseling valt middenachter, dat is tussen de 4e en 1e naald. Deze plaats is herkenbaar aan de opzetdraad die daar hangt.
Nu wordt de schacht (ook wel “been” genoemd) in de rondte gebreid. Meestal wordt er begonnen met enkele centimeters in boordpatroon (b.v. afwisselend 1 steek recht, 1 steek averecht of afwisselend 2 steken recht, 2 steken averecht). Door de afwisseling van rechte en averechte steken wordt de boord rekbaar. Je kan voor de schacht verder breien in boordpatroon, of overgaan in tricotsteek met of zonder motief. Voor sommige motieven zijn meer steken nodig dan aangegeven in de tabel. Na de schacht ga je verder met het breien van de voet.
 
BOEMERANGHIEL
 
Deze hiel wordt in heen- en teruggaande naalden in tricotsteek gebreid over de steken van de 1e en 4e naald. Bij structuurmotieven kan je tot ca. 1 à 2 cm voor het einde van de schacht de steken van de 1e en 4e naald in tricotsteek, en de steken van de 2e en 3enaald in het motief van de schacht, breien. Hierbij worden, indien van toepassing, in de 1e toer overtollige steken op de 1e en 4e naald geminderd.  De steken voor de hiel worden in drieën gedeeld, zie “Aantal steken voor boemeranghiel” in de tabel. Daarna brei je verkorte naalden met dubbele steken. Hierbij staat het aantal dubbele steken dat op de 1e naald gebreid wordt vóór de 1e schuine streep, het aantal dubbele steken dat op de 4e naald gebreid wordt nà de 2e schuine streep. Het aantal steken van het middelste deel staat tussen de schuine strepen, over deze steken worden geen dubbele steken gebreid. De boemeranghiel bestaat uit 2 helften, resp. hiel en hak. Bij de eerste helft (hiel) wordt over de 1e naald de 1e dubbele steek gebreid boven de laatste steek (dus vóór de 2e naald) en bij de 4e naald wordt de 1e dubbele steek gebreid boven de 1e steek (nà de 3e naald). Vervolgens brei je aan het eind van elke heeng. naald en aan het eind van elke terugg. naald telkens 1 steek minder, en na het omkeren steeds de dubbele steek, tot slechts de steken van het middelste deel over zijn. Nadat je 2 toeren over alle steken hebt gebreid, worden voor de 2e helft (hak) de verkorte naalden met dubbele steken in tegenovergestelde richting gebreid, dus nu komt op de 1e naald de 1e dubbele steek in een terugg.naald boven de 1e steek vóór het middelste deel, en de laatste dubbele steek boven de laatste steek van deze naald; op de 4e naald komt de 1e dubbele steek in een heeng.nld. boven de 1e steek vóór het middelste deel en de laatste dubbele steek boven de 1e steek van deze naald.
 
1STE HELFT (HIEL)
 
1e naald (heeng.naald): alle steken van de 1e naald recht breien, keren. 2e naald (terugg.naald): de dubbele steek breien als volgt: de 1e steek averecht afhalen met de draad voor het werk, dan de draad strak naar achteren trekken. Hierbij wordt de steek over de naald getrokken en ligt dubbel. Wordt de draad niet strak genoeg aangetrokken, dan ontstaan later gaatjes. De draad weer naar voren nemen en de overige steken van de 1e naald en alle steken van de 4e naald averecht breien, keren. 3e naald: een dubbele steek breien, dan alle verdere steken van de 4e en 1e naald recht breien tot aan de dubbele steek aan het eind van de naald, de dubbele steek ongebreid laten en nadien keren. 4e naald: een dubbele steek breien en weer tot de dubbele steek averecht breien; keren. De 3e en 4e naald herhalen tot alleen de steken van het middelste deel over zijn. Nu 2 toeren over alle steken breien, en wel de steken van de hiel recht, de steken van de 2e en 3e naald in het motief van de schacht. Hierbij in de 1e toer beide lussen van de dubbele steken tegelijk opnemen en als 1 steek recht breien. 
 
2DE HELFT (HAK)
 
1e naald (heeng.naald): de steken van het middelste deel en de steek erna recht breien; keren. 2e naald (terugg.naald): een dubbele steek breien. Nu de overige steken van het middelste deel en de steek erna averecht breien, keren. 3e naald: een dubbele steek breien. Nu recht breien tot de dubbele steek, deze als beschreven recht breien en de volgende steek recht breien, dan keren. 4e naald: een dubbele steek breien. Nu averecht breien tot de dubbele steek, deze als beschreven averecht breien, dan de volgende steek averecht breien en keren. De 3e en 4e naald herhalen tot ook over de buitenste steken van de hak een dubbele steek wordt gebreid. Na de laatste terugg.naald keren en nog 1 dubbele steek breien, de overige steken van de 4e naald recht breien, dan in het rond verder breien, hierbij in de 1e toer de dubbele steken recht breien zoals voorheen beschreven. Daarna voet en teen breien zoals beschreven.
 
DE VOET
 
Brei verder in het rond. Kijk in de matentabel voor de lengte dit bij de juiste maat hoort.
 
DE TEEN
 
De teen ontstaat door in de tabel genoemde minderingen die bij de juiste maat horen. Bij de 1e en bij de 3e naald tot 3 steken voor het einde van de naald breien, dan 2 steken recht samenbreien en de laatste steek recht breien; bij de 2e en 4e naald de 1e steek recht breien en met de 2 volgende steken een overhaling breien (= 1 steek recht afhalen, 1 steek recht breien en de afgehaalde steek overhalen). De minderingen als in de tabel aangegeven herhalen tot nog 8 steken over zijn. Door deze steken een dubbele draad halen en strak aantrekken of de steken aan elkaar mazen.
 

MAATTABEL

Maattabel voor sokken gebreid met Regia
Maattabel leren sokken breien
 
 
 
 

 

https://www.veritas.be/sites/default/files/pdf/diy/de%20techniek%20van%20sokken%20breien%20%28regia%29_NL_0.pdf
No